lne Gevers curator  \  writer  \  activist


· back The Past in the Present

Centrale vraagstelling
Een nadelig effect van de toenemende mediatisering en globalisering van onze cultuur is de vervlakking van ons collectieve historische bewustzijn. Steeds vaker spelen kunstenaars op dit fenomeen in door documentaire strategieën en artistieke methodes te ontwikkelen die – als een tegenbeweging – de gangbare voorstellingen van de geschiedenis ontwarren en ter discussie stellen. Zij doen dat vanuit een visie, die de veelvormigheid en gedifferen-tieerdheid van de geschiedenis onderkent en de heersende conventies in de beeldtaal van de visuele geschiedschrijving doorbreekt. Daarvoor bekijken ze hoe historische verhalen tot stand komen, hoe ze worden herschreven en weer worden gewist. Bovengenoemde kunstenaars hebben met elkaar gemeen dat ze de beeldvorming over historische gebeurtenissen of verschijnselen ter discussie stellen. Vaak kunnen deze gebeurtenissen door hun complexiteit en onzichtbaarheid uitsluitend op indirecte wijze worden verbeeld en wordt een sterk beroep gedaan op de verbeeldingskracht van de beschouwer.

Ine Gevers
Als schrijver, curator en activist heeft Gevers zich vooral bezig gehouden met onderwerpen als representatie en beeldvorming. Daartoe behoorde ook het tentoonstellings-maken, een praktijk die sinds het begin van de jaren '90 internationaal onderwerp van reflectie is geworden. Zoals alle grote verhalen is ook die van de dominante geschiedenis aan herinterpretatie toe. Ingewikkeld wordt het als blijkt dat deze geschiedenis enerzijds nodig is om het heden te kunnen begrijpen, interpreteren, en vervolgens te handelen, maar dat de taal van diezelfde geschiedenis ons gevangen houdt in tegenstellingen en stereotypen en ons weerhoudt van actie.

Ine Gevers' reactie op de stelling:
Ik ben geïnteresseerd in geschiedenissen die ons als 'geesten' of 'spoken' achtervolgen (Derrida). Geschiedenis-sen beïnvloeden niet alleen onze visie op het heden; wat wij in het verleden doen bepaalt hoe het heden zich aan ons voordoet en wat de toekomst ons te bieden heeft. Geschiedenissen zijn belangrijk. Geschiedenissen, of wat ervan blijft leven in het heden, wijzen ons op een gedeelde verantwoordelijkheid, niet alleen in het hier en nu maar ook aangaande de toekomst. Er is geen scheiding te maken tussen heden, verleden of toekomst. Tegelijkertijd houden geschiedenissen mensen gevangen in een taal en dichotomie die hen ervan weerhoudt een democratische en menselijke samenleving te realiseren. Momenteel ben ik een tentoonstelling aan het voorbereiden, getiteld ALLEMAN - Difference on Display- waarvan het onderwerp zijn wortels heeft tot ver in de 19de eeuw. Een tentoonstelling die normaliteit onderzoekt, bevraagt, in context zet, en dus ook pogingen onderneemt om de relatie tussen geschiedenis, heden en toekomst te herschikken.

De Franse historicus/filosoof Michael Foucault heeft ons wakker geschud als het gaat om de mate waarin het verleden in ons heden van betekenis is. Hij schreef vooral over taal als het grootste instrument van geboden en verboden, een systeem van macht en uitsluiting. Boeken als 'The Order of Things' (over categorieën en taal), 'The Birth of the Prison' (over hoe de maatschappij omgaat met individuen die als bedreigend worden ervaren voor de status quo), of 'Madness & Civilisation' (over hoe het medische vertoog werd ingezet om de ratio te laten zegevieren) hebben nog altijd een actuele relevantie. Foucault deed twee belangrijke dingen: hij pleegde 'archeologie' op het heden (een soort kritische geschiedenis van het heden; het blootleggen van de verschillende vertogen die gezamenlijk een cultuur bepalen) en een 'geneologie' van de geschiedenis (het transcendent maken van geschiedenis-sen, als takken of mutaties van een stamboom, waarvan velen nergens toe leiden en slechts enkelen overleven in het hier en nu). De basis van wat waarde heeft voor ons heden is niet gebaseerd op een waarheid of op feiten, maar op ongelukken, vergissingen, valse definities. Van logica of progressie is geen sprake. Foucault is de geestelijke vader van tal van noties die nog altijd een grote rol spelen in de diagnostiek van onze tijd: disciplinering, biopolitiek, (zelf)regering en de geboorte van het postmenselijke individu.

Voor mij is Foucault belangrijk vanwege het engagement dat in zijn werk schuilt en de manier waarop hij genadeloos de wortels blootlegt van het begrip 'normaliteit'. In 1975 hield Foucault twee lezingen aan De Sorbonne in Parijs, getiteld: 'Society must be Defended' en 'Abnormal'.  Deze twee lezingen verwezen naar elkaar en kunnen gelezen worden als 'de maatschappij moet worden verdedigd tegen abnormaliteít'. Foucault toonde in deze lezingen aan hoe mensen zich in de loop van de laatste twee eeuwen lieten disciplineren en organiseren om uiteindelijk zichzelf te regeren. Hij schetst de geschiedenis van een kerker-maatschappij (die met biopower technieken het moderne kapitalisme ondersteunt) er een van een van de grote opsluiting van criminelen, armen en (geestes)zieken in het bijzonder. Foucault richtte zijn pijlen op tal van uitsluiting-mechanismen, een van de redenen waarom hij zo'n belangrijke figuur is voor de nasleep van 1968: de ontwikkeling van critical theory, feminisme, poststructura-lisme, differentiepolitiek en tal van 'empowerment' bewegingen. Foucault is eveneens een centrale denker voor disability theory, evenals zo vele andere intellectuele bewegingen ontstaan vanuit het activisme in de jaren '60 en '70 en inmiddels erkend en bewonderd onderdeel van cultural theory.

De tentoonstelling ALLEMAN – Difference on Display (december 2008) onderzoekt normaliteit. De contexten waarbinnen normaliteit wordt bevraagd zijn: maakbaarheid en biopolitiek, commercie en media en de nieuw relatie tussen mens en machine. Kunstenaars als Jan Sterbak, Joseph Grigely, Imogen Stidworthy of Julika Rudelius worden uitgenodigd om met bestaand of nieuw werk  een bijdrage te leveren. Het onderzoeken van 'normaliteit' levert niet zozeer nieuwe voorstellen aan voor wat dan wel 'normaal 'zou moeten heten. Het gaat mij (en de kunstenaars met wie ik tot op heden gesproken heb) om het arbitraire en tegelijkertijd onuitgesproken blijvende, maar tegelijkertijd vooral 'normerende' van de norm. Het is de vanzelfsprekendheid van het begrip 'normaal' dat een voortdurende splitsing tussen 'wij' en 'zij' rechtvaardigt en wat, gezien het feit dat het menselijk genoom aantoont dat er feitelijk geen mensen bestaan ZONDER ziektes, kwetsbaarheden en gebreken, een asymmetrie van macht ondersteunt die danig dient te worden gerelativeerd.

Om dit op een adequate wijze te doen zijn hedendaagse beelden, woorden en ervaringen nodig. Waarom? Omdat geschiedenis – de dominante geschiedenis wel te verstaan – nog altijd niet voldoende de stemmen van velen represen-teert. De taal van deze geschiedenis overleeft bovendien elke poging tot deconstructie, hetgeen ons verleidt tot telkens nieuwe dualismes en tweedelingen. Om deze reden speelt geschiedenis wel een rol in de tentoonstelling maar alleen in de vorm van persoonlijke notities, herinneringen, geschiedenissen, zodanig dat de heersende canon niet wordt ondermijnd, maar wel verbreed en bijgesteld.

Voor meer informatie verwijs ik naar:
www.differenceondisplay.nl

lne Gevers



[top]