lne Gevers curator  \  writer  \  activist


· back Nonsymbolic Cultures website; Neurologically Typical website

Rebel to be Different, van curator tot activist


Deze lezing gaat niet alleen over kunst, maar vooral over het leven. Ik zie kunst als mogelijkheid tot verrijking / verdieping / van het leven en in die zin dus als instrument! Niet als doel op zich (l'art pour l'art). Kunst kan de waarneming aanscherpen, helpen de status quo te relativeren, vanzelfsprekendheden ter discussie stellen en de weg vrijmaken naar een andere (persoonlijke) waarheid.

Dit begrip ' waarheid' heeft een korte uitleg nodig. Ik hanteer het begrip waarheid/truth, zoals dat wordt gebruikt door de franse filosoof Alain Badiou. Badiou typeert de kunstenaar als iemand die zich door een gebeurtenis (event) genoodzaakt voelt een waarheid na te volgen en deze trouw blijft tegen de verdrukking in (against all odds). In zijn boek Ethics. An Essay on the Understanding of Evil (!), Verso 2001, positioneert Badiou zich als navolger van met name Lacan en Foucault en als opponent van nog niet zozeer Levinas en Derrida(wel te theologisch naar zijn zin) als wel de wijze waarop differentie-denkers als Lucy Irigaray en Gayatri Spivak in de lijn van hun voorgangers ' de ander' zijn gaan denken.

Letterlijk terugkerend naar de realiteit (le Reel van Lacan) maakt Badiou korte metten met de naar zijn overtuiging in filosofische zin weinig minder hout snijdende deconstructi-vistische fundamenten waarop de multi-culturele en post-kolonialistische ethiek is gegrondvest. 'De Ander' kan voor Badiou geen ethische categorie zijn, simpelweg vanwege het feit dat 'zijn'zelf (being itself) zich in een oneindige variatie(multiplicity) presenteert. Mensen zijn in alle opzichten verschillend. In de ogen van Badiou is het denken in termen van het radicale verschil eigenlijk meer het gevolg van ethische desinteresse dan andersom. Ethiek verdient pas werkelijk ethiek genoemd te worden wanneer zij overeind blijft ondanks verschillen. Dus wat gaat over wat mensen bindt voorbij het verschil. (Er komen zo nog aan een interessante parallel met mijn eigen boek, getiteld Voorbij Ethiek en Esthetiek, SUN, 1997).

Ik kan hier niet echt diep op Badiou ingaan, maar wil niettemin een aantal kernpunten in zijn denken benoemen. Om te beginnen hoe hij ethiek definieert. Eerst schetsend waar ethiek (Grieks voor ' het zoeken naar een goede manier van zijn')vandaan komt concludeert Badiou al snel dat de hedendaagse ethiek (zoals deze is neergelegd in bv de declaratie van de Rechten voor de Mens) in werkelijkheid gevaarlijk dichtbij nihilisme komt. In plaats van ethiek nog langer te verbinden met abstracte categorien wil hij het terugbrengen naar concrete situaties (situations). En in plaats van ethiek te reduceren tot een soort van medeleven voor de slachtoffers moet het de duurzame stelregel zijn van afzonderlijke processen (singular processes). En, meer dan slechts een conservatieve stellingname die getuigt van een goed geweten moet ethiek zich bezighouden met waarheden in het meervoud. Om kort te gaan accepteert Badiou dus geen algemene ethiek. In de eerste plaats vanwege haar conservatieve en achterhaalde positie (de hedendaagse ethiek loopt achter de feiten aan terwijl Badiou op zoek is naar een initierende, actieve en procesmatige vorm van ethiek). Voorbij Ethiek en Esthetiek is ontstaan vanuit eenzelfde drijfveer. Ik citeer uit het voorwoord: " Wanneer men probeert grenzen te overschrijden, zoals in de poging kunst en leven te verbinden, blijkt hoe weinig productief het is zich te moeten voegen in structuren (...) waar in beginsel idealistische noties als ethiek en esthetiek in werkelijkheid vaak een controlerende en in die zin beperkende functie hebben".

Waarom er voor Badiou evenmin geen abstracte ethiek kan bestaan is de simpele reden dat zoiets als een abstract subject niet bestaat. Een mens kan hooguit tot een subject uitgroeien, namelijk wanneer de omstandigheden van een waarheid zich voordoen. Ofwel: (ingrijpende) gebeurtenissen (events) die een 'meervoudig-complexe vorm van zijn' (=een mens) doen besluiten een nieuwe ontologische weg (een weg van zijn) in te slaan. Het proces van de waarheid start pas op het moment dat het subject-in-wording besluit om, trouw aan die gebeurtenis, elke nieuwe situatie in relatie tot die gebeurtenis te denken. In die zin is trouw zijn aan een waarheid te interpreteren als een diepgaande en immanente breuk met de specifieke orde waarin de gebeurtenis plaatsvond. Badiou gebruikt het woord ' breuk' om aan te geven dat datgene wat het waarheidsproces op gang helpt -de gebeurtenis- in de context van de op dat moment heersende taal en de gevestigde kennis van de situatie van geen enkele waarde is. Een dergelijk waarheids-proces slaat letterlijk een gat (trouee) in de bestaande kennis van dat moment. En het is dit proces dat naar Badiou's zeggen het subject (inmiddels meer dan de som der delen)doet ontstaan. Waarheid is dus niet iets dat kan worden gecommuniceerd, het is meer dan een kwestie van opinies. Waarheid kom je tegen (in de vorm van een gebeurtenis) en pakt je door middel van trouw aan het proces dat volgt. Het is iets wat je gebeurt. Wat overigens niet wil zeggen dat de weg er vervolgens makkelijker op wordt. Het is hier dat Badiou het begrip kwaad (evil) -niet als voorafgaand aan het goede maar juist als onlosmakelijk verbonden en gevolg van de ethiek van waarheden-   introduceert. Het voert te ver om hier dieper op in te gaan maar het navolgen van een pseudo-waarheid (simulacrum, denk aan het nazisme), het verraad (niet langer trouw zijn aan het waarheidsproces), en de ramp (waarheid gelijkstellen aan totale macht door koste wat kost het onnoembare te willen benoemen), zijn drie voorbeelden van hoe het kwaad het directe gevolg kan zijn van een van de drie dimensies waarin het waarheidsproces zich voltrekt.

Wat is nou mijn waarheid? Niet zo makkelijk te definieren natuurlijk, maar belangrijk aangezien het hele idee van de creatieve (de serie Het Moeten van de Maker) mijns inziens hierom draait.Waarheden zijn ook niet te benoemen, zoals Badiou uiteen zet.Het zijn eerder gebeurtenissen, momenten, flitsen van inzicht. Hoewel het aanvoelt als noodzaak! Als iets wat gewoon onderzocht MOET worden. Ook in mijn leven hebben gebeurtenissen mij ertoe gebracht om telkens opnieuw dat moment van gewaarwording willen bereiken. Maar ook die 'triggers' zijn niet allemaal zo simpel te achterhalen. Wat ik ga doen, is een aantal projecten de revue laten passeren en gaandeweg verhaal reconstrueren. Ik kan WEL alvast een deel van de sluier oplichten: rode draad door alles heen is mijn fascinatie voor de Ander. Niet om deze 'ander' in op multi-cultureel verantwoorde wijze als 'ander' te presenteren/etaleren -ik heb met Zizek en Badiou zo mijn twijfels over de diepgang en dus het effect van een dergelijke manier van politiek correct denken- maar om met deze ander (en de motivatie is mijn wellicht meest persoonlijke waarheid, nm. dat ikzelf niet onderdoe in dit 'anders-zijn') te kijken naar manieren om anderen de ILLUSIE VAN HETZELFDE te ontnemen!!! (wie het nu al niet meer ziet zitten mag de zaal verlaten!)En tegelijkertijd, door de verschillen geen, te ontdekken wat ons dan wellicht wel samenbrengt. Op deze manier wordt de ander niet langer als (stereotiepe)  'Ander' op de kaart gezet, maar vooral als 'ander' temidden van allemaal andere 'anderen'.

Trouw zijn aan een 'waarheid' valt niet mee. Tegen de verdrukking in -want tegen de ideologie in die met het progageren van homogeniteit het kapitalisme ondersteunt, de economie draaiende houdt, markering en reclame ruim baan geeft, machtsrelaties bestendigt en beurzen spekt- en tegen de verleiding in -we willen allemaal geaccepteerd, geliefd en bewonderd worden (de beloning voor kritiekloos meedraaien in een normatieve maatschappij) doe ik stelselmatig pogingen de andere kant van de medaille te laten zien.

Nog een keer uitwijken voordat ik jullie het vergaal van mijn leven vertel(ha).Alander Durig beschrijft in zijn boek Autism and the crisis of Meaning de neurologie van een grote diversiteit aan mensen volgens de concepten van formele logica en logische gevolgtrekking. Hij legt uit hoe de verschillen in inductief denken (van specifieke vooronderstellingen naar algemene conclusies), deductief denken (van specifieke vooronderstellingen naar specifieke conclusies)en abductief denken (van algemene vooronderstellingen naar specifieke conclusies)de mate bepalen waarin wij betekenisvol waarnemen. Als geen ander maakt hij aannemelijk dat er grote onderlinge verschillen bestaan tussen ALLE mensen als het gaat om het gewone dagelijkse, betekenisvolle waarnemen met alle consequenties van dien. Mocht de 'gewone' manier van alledaagse perceptie wellicht georganiseerd zijn door een afgesproken balans tussen inductieve en deductieve logica, bij vele afwijkende manieren van de wereld begrijpen is sprake van een net wat andere verhouding. Zo verklaart hij als socioloog -wars dus van het medische model dat slechts het dualisme ziek/gezond hanteert- wat dat bijvoorbeeld betekent voor iemand met autisme. Autistische waarneming zou zijn samengesteld uit beduidend hogere niveau's van deductieve sociale gevolgtrekking in vergelijking met inductieve sociale gevolgtrekking. Met deze waarnemingstheorie weet Durig de 5 kern gedragingen van autisme te verklaren(DSM IV), te weten: beperking in sociale relaties, beperking in communicatie, beperking in symbolisch spel, vreemde patronen in intellectuele capaciteit, en repetitieve fenomenen in de vorm van rituelen. Mocht dit jullie allemaal nog maar matig interesseren, dan toch zeker het volgende. Durig introduceert een nieuwe variant: het concept van licht autisme. Het gaat hier om individuen die inductieve sociale conclusies kunnen trekken volgens de norm, doch tegelijkertijd een super gave voor deductieve sociale gevolgtrekking bezitten, waardoor ze doorgaan voor hoogbegaafde personen die desondanks problemen hebben zich uit te drukken in (formele) sociale situaties.

En nu komt het: hij stelt een typologie voor van verschillende neurologische ' mind states' in plaats van de ons bekende onderverdeling normaal/abnormaal (tabel p. 101). Deze lichte vorm van autisme is duidelijk te onderscheiden van klinisch (hoog-functionerend) autisme, de autistische savant of de normale individu. Het kenmerkt zich in extreme intellectuele en/of creatieve vaardigheden tegenover een sociaal zwakkere kant, wat makkelijk door kan gaan voor eccentriek of vreemd. En guess what: 70 % van ons kunstenaars, filosofen en wetenschappers behoort tot deze groep. Om enkele namen te noemen: Rob Wilson (van Einstein on the Beach), Ludwig Wittgenstein, Bil Gates. De dames onder ons niet getreurd: de mannelijke variant van deze lichte vorm van autisme is makkelijker te traceren omdat deze sexe variant minder keuzemogelijkheden heeft als het gaat om sociaal gedrag dan de vrouwelijke pendant. Ook hiervoor zijn biomedische verklaringen, voor de liefhebbers na de les verkrijgbaar.

Over mijzelf
Ik noem mijzelf cultureel producent (cultural producer). De term houdt het midden tussen organisator (van tentoonstellingen, symposia, projecten), kunstenaar en activist. Op deze manier ben ik niet vast te pinnen en kan ik me ver houden van zinloze en oeverloze discussies over of ik nu wel of niet geacht wordt me binnen de grenzen van een discipline te houden

In deze hoedanigheid maakte ik aan de Jan van Eyck Academie in Maastricht mijn eerste werken, waaronder het symposium Cultural Identity: Fiction or Necessity (1991). Een magnifieke locatie aangezien Maastricht tevens het podium vormde voor een van de meest beroemde topconferenties die plaatsvonden ter voorbereiding van de politieke en economische eenwording. De tentoonstelling Les Magiciens de la Terre (Parijs, 1989)was een andere belangrijke trigger. Was het een gebeurtenis zoals Badiou bedoelde? Als er een was, dan het zeker niet deze tentoonstelling. Mogelijk wel de verontwaardiging en ergernis die deze bij mij en mijn medestanders teweeg bracht. Reden om de organisator Jean Hubert Martin eens flink aan de tand te voelen, temidden van insiders die net als ik zin hadden om de machtsrelaties eindelijk eens om te keren (onder de sprekers bevonden zich Rasheed Araeen, Guy Brett (Helio Oicitica), Clementine Deliss (Lotte or the transformation of the object), Jean Fisher, Sebastian Lopez, Paul Faber).

Magiciens de la Terre was een Euro- en Ethnocentrische tentoonstelling bij uitstek. Een tentoonstelling die aan de wieg stond van een politiek correcte, behoudende en populistisch multi-culturalisme dat in Nederland tot op de dag van vandaag bepalend is voor onze omgang met culturele verschillen. Alles wat fout kon zijn aan een tentoonstelling was fout: de keuze voor uitsluitend formele (dis)posities, de totale ontkenning van historie en context, tot en met de acceptatie van het spektakel als belangrijkste betekenisgevende activiteit. Consequenties waren retorische discussies over Culturele Identiteit van kunstenaars, of Kunst geografisch bepaald was etc. Ik besloot een symposium te organiseren waarin het begrip Culturele Identiteit zelf vanuit meerdere gezichtspunten zou worden geproblematiseerd. Ik schreef destijds:" Relativeren van begrippen als identiteit en cultuur is in Westerse intellectuele kringen favoriet, doch komt voort uit een bevoorrechte positie. Identiteit mag vanuit een abstract en vooral afstandelijk vertoog(luxe afstandelijkheid)weliswaar tot fictie bevorderd zijn (identiteit is geen gegeven, maar voortdurend in wording, afhankelijk en in samenspel met steeds veranderende impulsen van buitenaf), voor een niet- Westers individu die wordt buitengesloten van deze discussie is het wellicht een uiterste noodzakelijkheid (....) Voor deze kunstenaars en intellectuelen gaat het er niet zozeer om zich te onderscheiden (zeker niet op de stereotype wijze waartoe zij vaak veroordeeld worden), als wel de condities te scheppen om in ieder geval de mogelijkheid tot het ontwikkelen van een identiteit aanwezig te laten zijn". Een identiteit die evenzo procesmatig, complex en persoonlijk is als die van een ander.

Lagen de wortels van mijn latere werk met betrekking tot Neuro-Diversiteit zijn reeds in dit project verankerd, in de tentoonstelling Ik & de Ander. Art and the Human Condition (Beurs van Berlage, Amsterdam, 1994) werd e.e.a. nog verder uitgewerkt (dia 1). Centraal stond de diversiteit (oneindige variatie van Badiou) die mensen eigen is. Samen met Jeanne van Heeswijk selecteerde ik een 50-tal internationale kunstenaars "die voor het leven kiezen". Ofwel: voor wie de integratie tussen kunst en leven uitgangspunt is en wiens werk meer is dan een formele positiebepaling. Door een tentoonstelling te maken in samenwerking met het Rode Kruis, waarin zowel kunstwerken, documentatie en media, als Rode Kruis -materiaal waren vertegenwoordigd, boden wij deze kunstenaars een context waarin hun werken ook daadwerkelijk als ' kunstoverschrijdend' te lezen zouden zijn. De kunstwerken werden door deze onalledaagse context gepolitiseerd. Hierdoor konden ze zich, meer nog dan in een museale context, scherper teweer stellen tegenover de wijze waarop de door de media veresthetiseerde werkelijkheid pijnloos te genieten is (hoeveelheid, snelheid, geilheid)of hoe een hulpinstanties als het Rode Kruis hun eigen ambivalente rol ontkennen in een wereld waarin beschaving en welvaart voor de een onderdrukking en afhankelijkheid betekent voor de ander.

Maar meer nog ging de tentoonstelling over het feit dat ' de mens' niet bestaat. Niet de 'zelfbewuste, rationele en autonome mens' zoals die werd getoonzet ten tijde van de Verlichting en evenmin de homogene, voorgeprogrammeerde, op eigenbelang en genot gerichte 'post-humane' mens (recht op geluk) zoals die ons door reclame en tv werd voorgeschoteld. Zoveel 'anderen' kwamen hier aan bod, dat de norm er wel aan ten onder moest gaan (The Revenge of the Mirror People?). Een snelle route door de tentoonstelling verhaalt over de rijke en de arme ' Ander' (Glegg& Guttman tegenover Spike Lee's Money doesn't matter/Prince), op scherp gesteld door de tekst van Gregor Gyzi: THE PROBLEM OF THIS WORLD IS THAT THE PROBLEMS OF THIS WORLD ARE NO LONGER REFLECTED IN THE LIVES OF THOSE WHO ARE IN THE POSITION TO DO ANYTHING ABOUT THEM, geflankeerd door het Rode Kruis archief met documenten van sinds WOII vermiste personen (dia 2), de gemarginaliseerde 'Ander' (Eugenio Dittborn),de gestereotypeerde 'Ander' (Jeff Wall), de gepolitiseerde 'Ander' (foto's van Boyan Stojanowitz die als toevallige getuige foto's nam van Servische soldaten die Bosnische burgers onder vuur namen en daardoor politiek vluchteling werd)(dia 3)de tot slachtoffer gemaakte 'Ander' (Christine Borland: blankets of love, Karin Junger promotie-film Rode Kruis) de culturele/ethnische 'Ander' (Wim Salki, Marlene Dumas, Henry Dunant, Chris Marker),   de sexuele ander (Cindy Sherman, Sadie Benning) (dia 4), de 'gekleurde Ander' (Adrian Piper: Cornered, John Ahearn, Roy Villevoye) (dia 5), de genetisch gemanipuleerde/computer gestuurde ' Ander'(Inez van Lamsweerde, Brett Leonard ), de gestoorde 'Ander' (Michel Haneke, Michel Francois, Craig Bell. Ian Kerkhof), de dode 'Ander' (Hans Aarsman, Karin Arink, Andres Serrano, Andrea Fisher), the good and the bad 'Other'(Nintendo-spelletjes), de HIV geinfecteerde 'Ander' (David Wojnarowicz, Derek Jarman: Blue), de invalide 'Ander' (Rode Kruis, Dirk Buwalda), de mismaakte 'Ander' (Karin Arink), de verachte 'Ander' (Nancy Spero),de gemediatiseerde Ander (Trouw/Benetton (Olivieri) (vergl. ingrepen Hans Haacke), de surreele Ander (Aernout Mik, Marina Grinic), de daadwerkelijke 'Ander' (verhalen-vertellers), de gewone 'Ander' (Ed van der Elsken),de rebellerende 'Ander' (Martin Lucas, Paper Tiger Televison: information is enlightenment, Lawrence Weiner), de poetische 'Ander' (Michel Francois), de gemedicaliseerde ' Ander' (Bill Viola), de viruele ' Ander' (Paul Sermon). Niet dat de genoemde/getoonde werken te reduceren zijn tot representaties van anderen. Stuk voor stuk zijn ze veel complexer dan dat. Ons, als tentoonstellingsmakers,ging het evenmin om een platte vertaling van verschillende werkelijkheden. De vele tegenstellingen, fricties, confrontaties, wrevel en zelfs elkaar uitsluitende waarheden moesten een soort ' gat' slaan in de vertrouwde manier van representatie van de werkelijkheid(trouee van Badiou), een moment van volkomen vervreemding bewerkstelligen waardoor de toeschouwer zich niet langer kon veroorloven het zoveelste hapklare pakketje te consumeren. Vervreemding moet hier niet worden verward met afstand. Het ging ons niet om een vervreemding VAN maar een vervreemding(verdrinking)IN de wereld, wat volgens de filosoof Keith Tester (The Inhuman Condition, zie Hanna Arendt)synoniem zou kunnen zijn met   daadwerkelijk engagement.   Zie laatste dia: "Nur Wer sein Leben und Person mit im Wagnis der Offentlichkeit nimmt kann Sich erreichen" (Arendt).

In 1996 publiceerden wij het boek Voorbij Ethiek en Esthetiek (SUN, Nijmegen). Ontstaan vanuit de behoefte te reflecteren op de tentoonstelling Ik & de Ander, maar dan in gezelschap van geestverwanten (kunstenaars, culturele producenten, schrijvers, filosofen) die op soortgelijke wijzen op zoek waren naar de grenzen van representatie. Om in de ontstane 'leegte' (void) onze eigen waarheidsprocessen te volgen die niet langer binnen de grenzen van in onze ogen uitgeholde ethische en esthetische posities hoefden plaats te vinden. Ik fa hier niet verder op in, boek is gewoon te lezen.

Al deze pogingen om theorie en praktijk te verbinden, om de geleefde werkelijkheid zelf aan het woord te laten, vielen in het niet bij de ervaring die mij in mijn privé-leven ten deel vielen. Deelnemend aan een vertoog over alteriteit (gebruik makend van het jargon, variërend in termen van subjectiviteit, bewustzijn, symbolische orde, identiteit, fragmentatie en desintegratie), zou mijn eigen zoon (in de tijd dat ik met Ik & de Ander bezig was 11/2) me pas echt laten zien waar dit allemaal om ging. Toen pas zou ik echt begrijpen hoeveel ik als vanzelfsprekend aannam en hoe weinig ik nog van het leven begreep. Nadat hij vrolijk en gezond opgroeide, viel zijn wereld in zijn tweede levensjaar plotseling in fragmenten uit elkaar. Een soort implosie. Hij verloor de woorden die hij tot op dat moment eigen had gemaakt, zijn spel werd steeds meer stereotiep, en (oog)contact werd steeds moeilijker. Hij trok zich steeds meer terug.   Het lukte hem niet de wereld van de gedeelde betekenissen te betreden die ons met elkaar verbindt en die ons (in ieder geval) de illusie geeft van gelijkheid: de symbolische orde. Hij bleek in een andere wereld te leven. Iets wat kort daarna bevestigd zou worden met de diagnose autisme. Een harde realiteit en nog harder werken.

Om overeind te blijven werd het denken en schrijven over diversiteit, over diaspora, de plaats van de ' gestoorde ander' in onze samenleving van steeds groter belang. In lezingen als 'Running up to the limits of representation', 'Curating the Mad of the Other', ' What about Madness?' en ' Bricolage of the Fool' kwam mijn nieuwe obsessie telkens opnieuw aan het voetlicht. Filosofen en schrijvers als Deleuze & Guattari (Captalism&Schizophrenia), maar vooral Michel Foucault (Madness, the Absence of Work) en Michel de Certeau ( The Mystic Fable en The Practice of Everyday Life) werden onmisbaar. En natuur het maken van weer nieuwe projecten.

Kunst werd voor mij nog meer dan voor de 'gebeurtenis' een zinvol instrument (zelfs een tactiek) om alternatieve perspectieven te ontwikkelen waarvandaan de wereld waar te nemen. Het werd mijn tweede natuur: een andere dan door de samenleving voorgeschreven manier om mij met de wereld te verhouden. Zo werd een meer pluralistische benadering mogelijk, andere niveau's van bewustzijn en zintuigen accepterend waarmee de werkelijkheid tegemoet te treden. Deze grenzen aftasten impliceerde zelfs een doelbewust riskeren van de eigen subjectiviteit, tot aan het niveau van het ter discussie stellen van de fundamenten waarop taal en andere zekerheden zijn gebaseerd.(Een taak overigens, waar menige ouder van een kind dat neurologisch anders is zich voor ziet gesteld). Kunst werd voor mij een belangrijke factor als het ging om het ondermijnen van de symbolische orde als het enig bepalende en al het andere buitensluitende betekenisproducerende systeem.

Encountering the Culture of the Norm (december 1999) was het eerste publieke project waarin bovengenoemde persoonlijke en professionele lijnen weer samenkwamen. Het betrof een seminar, mogelijk gemaakt door de Stichting de Geuzen en inhoudelijk gekoppeld aan twee andere evenementen: The mediated image: Subtle acts of resistance through the practice of everyday life (Michel de Certeau) en Temporary sanity: an alternative plea when considering madness and motive (video screening). Het seminar was een dagvullend programma over autisme als cultuur, met bijdragen van autistische sprekers. De opzet was om tijdens deze dag een radicale omkering tot stand te brengen.Binnen het medische vertoog en de   hulpverleningspraktijk is het ongewoon om de mensen die onderwerp van het gesprek zijn zelf aan het woord te laten. Meestal wordt er over en voor hen gesproken. Wanneer zelfrepresentatie wordt toegelaten blijft de regie in handen van de organisatie die zich niet alleen beschouwt als deskundig, maar tevens als 'normaal'. Autistische sprekers moeten zich beperken tot een vooraf gedefinieerde rol: die van het afwijkende en lijdende subject. Als ervarings-deskundigen worden ze getolereerd, daarbuiten betekenen ze niets.

Het project Encountering the Culture of the Norm probeerde een nieuw paradigma uit. De sprekers werden uitgenodigd, niet alleen omdat ze Hoog Functionerend Autistisch (HFA) waren, maar omdat ze al jaren actief zijn in het communiceren over hun specifieke anderszijn, o.a. door het publiceren van boeken, geven van lezingen en het opzetten van activistische netwerken op internet. Ik nodigde hen uit het verhaal te vertellen over hun ontmoetingen met de normatieve cultuur, de cultuur die hen telkens opnieuw buitensluit, en welke invloed deze ervaring had op hun leven. Het ging mij om overlevingsstrategieën en subversieve tactieken die overeenkomst vertonen met de 'tactieken van de Ander' waarover de franse denker Michel de Certeau bericht. In Practices of Everyday Life celebreert De Certeau 'de Ander' door in te gaan op de vele, afwijkende praktijken die hem doen overleven. Tegengesteld aan de strategieën van hen die de macht in handen hebben en die hun eigen plaats veilig stellen door van daaruit de wereld om zich heen te managen en te domineren, zijn de 'zwakkeren' veroordeeld tot het bedenken van tactieken in een ruimte die per definitie niet van hen is. De tactiek van de Ander is per definitie subversief: zonder zichtbaar de aanval te kiezen of anderszins tegen de regels van de dominante orde in te gaan toch komen tot een eigen, niet langer aan die orde onderworpen productie (van kunst, van betekenis, van taal). De Certeau gebruikt hiervoor het woord 'la Perruque', je eigen dingen doen in de tijd van je baas. Mensen wier brein anders is georganiseerd ontwikkelen eveneens hun eigen mechanismen en vaardigheden om te kunnen overleven en betekenis te geven aan hun omgeving. Neurologisch typischen (autistische activisten gebruiken deze term om 'de normalen' te omschrijven) zijn amper bekend met de overlevingstactieken die deze 'anderen' staande houden in een orde die niet van hen is. Of het wordt, het medische paradigma volgend, afgedaan als ziek, afwijkend en abject. Tijdens dit seminar werden de rollen omgekeerd. Bovendien werden de implicaties van deze omkering onderstreept door het kritische perspectief dat deze autistische mensen als gevolg van gedwongen uitzonderingsposities ontwikkelden ten aanzien van de normatieve cultuur.

De samenstelling van het publiek maakte deel uit van de interventies. Mijn doel was een publiek samen te stellen dat zich niet als homogeen en 'normaal' zou kunnen beschouwen ten overstaan van de sprekers die kleur bekenden. Heterogeniteit bleef dan ook niet beperkt tot verschillen in culturele achtergrond, levenservaring, of vakgebieden. Ook diversiteit in termen van een andere mentale gesteldheid (zie de mentale map van Durig)behoorde hiertoe. Mensen met een beduidend andere organisatie van het brein:mensen met autisme, schizofrenie, waren zowel toehoorder als participant in de discussie. De presentaties van Gunilla Gerland en Martijn Dekker waren indrukwekkend. Gerland oogstte bewondering door de wijze waarop ze door haar grote verbale begaafdheid en kritische inzicht keer op keer starre stereotypen doorkruiste, onderwijl een leven beschrijvend dat in geen enkel opzicht vanzelf sprak. Vanzelfsprekendheid was ook een van de sleutelwoorden van Martijn Dekker. Zijn uitspraak: "ik heb geen natuurlijke neiging tot interpretatie" had en heeft enorme consequenties. Dekker vertelde niet alleen een verhaal dat met name de autoriteit van het medische perspectief ondervroeg, zijn verhaal kon on-line worden gevolgd en aangevuld, bevestigd of genuanceerd door een grote groep autisten die middels een chatbox met het publiek in de zaal waren verbonden. Hier vormden niet langer de neurologisch typischen de meerderheid, maar de neurologisch 'anderen'. De voortgang van de discussie is deels nog te volgen op de website.
www.inegevers.net/nonsymbolic

DeCenter
DeCenter, Centrum voor Neuro-Diverse Culturen, in 2000 opgericht, organiseert onderzoeken en activiteiten gericht op de communicatie tussen mensen die in neurologische zin van elkaar verschillen. DeCenter's inzet is acceptatie van vormen van waarneming, betekenisgeving, gedrag en communicatie, die niet altijd stroken met de symbolisch bemiddelde orde. Gezien vanuit een humanistisch en cultuurkritisch perspectief opteert DeCenter dus voor minder dualistische opvattingen over wat normale en abnormale manieren van waarnemen en denken zijn. Het DeCenter bestaat inmiddels uit 7 mensen -filosofen, kunstenaars, psychologen, activisten- onder wie twee met HFA en een derde een verleden als psychiatrisch patiënt (schizofrenie).

Werd cultuur in strikte antropologische zin altijd gedefinieerd als een zich onderscheidende en van generatie op generatie doorgegeven manier van leven van een volk, gemeenschap, natie of sociale groep, nu wordt de term regelmatig gebruikt voor groepen die min of meer dezelfde ervaringen delen. Deze meer interdisciplinaire benadering van het begrip cultuur biedt aan tal van gemeenschappen en subculturen de gelegenheid zichzelf op de kaart te zetten. Ook mensen wier taal of sociaal gedrag significant afwijkt van de norm, zoals mensen met autisme, een verstandelijke handicap of schizofrenie, beroepen zich steeds vaker op hun specifieke cultuur. Het DeCenter ondersteunt deze groepen in hun pogingen zichzelf te representeren en te komen tot wederzijdse toenadering, voorbij culturele grenzen en ondanks het verschil.

Het DeCenter, met andere woorden, wil enige turbulentie teweeg te brengen binnen de heersende symbolische orde en de macht van de taal. De symbolische orde, het model waarmee mensen de wereld interpreteren, is alom en dwingend aanwezig. Het is niet verwonderlijk dat slechts een enkeling zich ervan bewust is dat het louter een constructie betreft, een scherm dat als het ware over de werkelijkheid heen is gelegd. Intreden in de symbolische orde gaat immers samen met het gebod zich volledig te onderwerpen aan de regels van die orde, dat wil zeggen aan de regels van de taal als representatie van de werkelijkheid. Aangezien dit proces zich afspeelt in onze vroegste kindertijd en het verwerven van taal gekoppeld is aan het ontwikkelen van bewustzijn en subjectiviteit, is ontsnapping onmogelijk. Taal, ons venster op de wereld, is tevens onze gevangenis. "We are all caught in (..) ordinary language", aldus Ludwig Wittgenstein, "We do not command a clear view of the use of our words'.

Volgens de psychoanalyticus Jacques Lacan is de symbolische orde zelfs niet alleen een scherm dat de werkelijkheid vertaalt, maar tevens een scherm dat bescherming biedt. Bescherming tegen 'the gaze of the object', zoals hij dat noemt. Bescherming tegen de werkelijkheid, die we niet, of alleen in traumatische zin kunnen ervaren (vergelijk Badiou's gebeurtenis). Tijdens een psychose gaat het wegvallen van de 'normale' waarneming inderdaad samen met een niet langer in staat zijn de vele visuele, auditieve en ander sensorische prikkels te filteren of te ordenen. Het effect van een dergelijke desintegratie wordt door de schizofrene auteur Antonin Artaud omschreven als een volledig verpletterd worden door objecten, gebeurtenissen, zelfs woorden. Uitgangspunt van het DeCenter is dat een normatieve orde die zichzelf boven andere interpretaties van de werkelijkheid stelt en taal hanteert als instrument van uitsluiting bij uitstek, op zijn minst dient te worden gerelativeerd. Niet in de laatste plaats omdat er ook mensen zijn die, door een mentale conditie afwijkend van het normale, niet of slechts ten dele in staat zijn om tot de heersende orde toe te treden. Het verwerven en toepassen van taal belooft kennis, macht en communicatie aan eenieder, maar tegelijkertijd worden we dagelijks met de beperkingen van taal als symbolische representatie geconfronteerd, en met de onmogelijkheid tot communicatie.Taal, volgens de filosoof Michel Foucault de 'grootste organisatie van geboden en verboden', heeft zijn keerzijde. Vermoedelijk hierom is juist de orde van taal en scgrift het model waartegen zoveel schrijvers, kunstenaars en filosofen rebelleren. Een dogmatische acceptatie van taal sluit immers tal van vluchtwegen en 'cross-overs' naar andere ervaringsgebieden voorgoed uit.

Het DeCenter functioneert op diverse niveaus. De website
www.inegevers.net/nonsymbolic › heeft een meer theoretisch accent en is opgezet om het vertoog over diversiteit en anderszijn met de introductie van neurologische verscheidenheid te verbreden. De discussie is internationaal en steunt op parallelle bewegingen binnen bijvoorbeeld disability studies en het denken over de (gehandicapte) 'ander' als sociaal construct (de gehandicapte 'ander' temidden van de andere 'anderen' , zoals de 'ethnische 'ander', de homofiele 'ander' etc) . De publieksgroepen zijn zeker niet alleen vanwege ervaringsdeskundigheid of professionaliteit op dit gebied geïnteresseerd. Desalniettemin behoorde de grote groep mensen met autisten die ik op internet heb leren kennen als vanzelfsprekend tot mijn eerste lezers en critici. Cyberspace biedt veel mensen met autisme een duidelijke, controleerbare en daarom veilige context, onvergelijkbaar met andere plaatsen in de materiele werkelijkheid. Voor Jane Meyerding, internetgebruikster met een stoornis in het autistische spectrum, betekende on-line gaan dat ze eindelijk kon genieten van gezelschap. De een-op-een manier van communiceren, volledig te controleren in de zin van wanneer en hoe lang, terwijl het haar -anders dan in de werkelijke wereld - tevens werd toegestaan de tijd te nemen om haar antwoorden te formuleren, zijn voor haar en andere AC's (autistics and cousins) slechts een van vele pluspunten. "In real-world encounters with groups -even very small groups- of people, I am freighted with disadvantages. I am distracted by my struggle to identify who is who (not being able to recognize faces), worn out by the effort to understand what is being said (because if there is more than one conversation going on in the room, or more than one voice speaking at he time, all the words become meaningless noise to me), and stressed by a great desire to escape from a confusing flood of sensation coming at me much too fast. What's more, I must assume that most or all of the people around me are NT (neurologically typical), and I therefore feel compelled to hide or disguise ways in which I am different from those norms".

In de praktijk werkte het DeCenter tot voor anderhalf jaar geleden aan een viertal projecten. Helaas moest toen veel van wat was opgestart voor onbepaalde tijd in de ijskast, omdat ook mijn jongste zoon autisme bleek te hebben. Ik heb inmiddels dus een oudste zoon met autisme en een ernstige verstandelijke handicap die niet meer thuis woont omdat hij totaal wild en onaangepast is, een neurologisch typische en hoogbegaafde dochter en een zoon met hoog-functionerend autisme (combinatie hoofbegaafdheid met grote problemen op het sociale vlak). Prioriteiten moesten gesteld. Eerst moest deze knul 'op de rails' komen, waarvoor het DeCenter overigens eveneens kon worden ingezet. Inmiddels 6 gaat hij naar een gewone basisschool, temidden van allemaal neurologisch typische kinderen.

Een van de pilot-projecten die het Decenter het afgelopen jaar zou gaan uitvoeren was een onderzoek naar het ontwerp voor een internet-interface, dat is afgestemd op gebruik door autisten. Op initiatief van David Garcia zou Martijn Dekker, activist en beheerder van diverse websites over autisme en van de wereldwijde e-mail contactgroep voor volwassenen met autisme, een workshop starten waarbij gezocht zou worden naar samenwerking met andere deskundigen, o.a. studenten van de Hoge School voor de Kunsten in Utrecht. Een aangepast filter/ architectuur zal naar zijn mening nog meer mensen met autisme stimuleren zich te wenden tot internet. Nu al, zo stelt hij, is een internetaansluiting voor autisten het hulpmiddel bij uitstek om deel uit te kunnen maken van zowel de dominante als de eigen betekenisproducerende orde.

Op initiatief van de filosoof Ruud Hendriks (auteur van het proefschrift Autistisch Gezelschap), en in samenwerking met de kunstenaar Juul Sadee is er geld aangevraagd voor het opzetten van het project Transculturele Communicatie.

Transculturele Communicatie is een onderzoeksproject dat steunt op de interventie van een derde agent ter ondersteuning van de twee andere deelnemers, die beiden begrensd zijn in gun mogelijkheid tot communicatie. Die derde factor is KUNST. De insteek onderscheidt zich nadrukkelijk van de gebruikelijke vormen van creatieve therapie of bezigheidstherapie. Alternatieve Communicatie ziet kunst niet als expressie-middel, waarvan het resultaat na afloop kan worden geanalyseerd en geïnterpreteerd. Hedendaagse kunst wordt ingezet als ondersteuning van mensen die neurologisch anders zijn en neurologisch typischen om andere vormen van communicatie te ontwikkelen.

Kunst kan voor mensen die neurologisch anders zijn georganiseerd werken als een 'extra-mentaal' gereedschap. In plaats van objecten, kleuren, structuren, geluiden, ritmes, poezie te beschouwen als obstakels die mensen met bv autisme en/of een verstandelijke handicap weerhouden van een 'normale' communicatie met de niet-gehandicapte medemens, worden zij hier ingezet om binnen het niet-discursieve veld via een andere weg tot communicatie te komen. Kunst als extra - mentaal gereedschap is nog het beste voor te stellen als een in de ruimte uitgezet parcours dat de rol vervult van een innerlijk script. Resultaat is een grotere innerlijke vrijheid, imaginair speelveld en dus betere communicatie- mogelijkheden voor de neurologische ander. Een communicatie die niet per definitie talig, symbolisch ofwel discursief is, maar die ontstaat in samen beleven van muziek, beweging, beelden. Daarmee komen we aan de rol die kunst kan spelen ter ondersteuning van degene die wil leren communiceren buiten de grenzen van de hem opgelegde (symbolische) orde. Kunst kan zich evenmin volledig buiten die symbolische orde plaatsen, maar kan wel ervaringen /gebeurtenissen oproepen die niet in woorden te vertalen zijn. Dit is wat wel het niet-discursieve genoemd wordt. Kunst ondermijnt op die manier de eenduidige interpretatie - gerichtheid die ons normale bestaan kenmerkt. Door de aandacht te verleggen naar andere, niet-discursieve kwaliteiten en het delen van die betekenissen kunnen 'neurologisch typischen' (normale mensen) op hun beurt leren luisteren naar en communiceren met mensen die neurologisch anders functioneren.

Het laatste project van het DeCenter dat ik wil noemen is Diagnosis: Different by Nature, een tentoonstelling in voorbereiding die speelt met in het hedendaagse kunst vertoog populaire doch tevens misbruikte begrippen als psychose, schizofrenie en autisme. Veelal worden deze diagnostische termen geleend van psychiatrisch vocabulaire om te verwijzen naar dubieuze ontwikkelingen in de post-moderne samenleving. Kunstenaars spelen met deze noties, bv door het abjecte op te roepen met als eerste doel het schok (spectakel) effect, of ter kritisering van de hedendaagse cultuur (Nauman, Kristin Lucas).

Deze tentoonstelling probeert, als antwoord op het stereotyperen en het tot spektakel reduceren van de ' gestoorde' Ander, op verschillende niveau's in te grijpen. In theoretisch opzicht zullen er verwijzingen worden opgenomen naar het vertoog rond de culturele 'Ander', (re)kolonisatie, diaspora en het proces van in- en buitensluiting als het gaat om cruciale noties als identiteit. Aan de andere kant zal worden gepoogd de representatie van het verschil - dus wat de Ander 'anders'- maakt tot in haar excess door te voeren, zodanig dat de grenzen van de representatie/tentoonstelling niet langer te ontkennen zijn. Aangezien we, als gevolg van de grenzen aan onze taal en de symbolische orde, alteriteit slechts kunnen annexeren door het binnen ons systeem van HETZELFDE te brengen (daarmee reducerend tot de stereotypes die we al kennen) zal het proces vanzelf imploderen. Juist door te proberen de ander de assimileren tot HETZELFDE als ons ZELF (self-same), beroven we de ander van het verschil dat diegene 'anders' maakt. De gekte van de ander erkennen als deel van onszelf is een meer productieve manier om tot een betekenisvolle ervaring te komen. Kunstenaars die zich in hun werk bezighouden met (de grenzen van) zelf-representatie en zelf-reflectie, vaak door nauwgezet sensorisch en perceptueel onderzoek, zijn daarom van groot belang in deze tentoonstelling.

Zonder als zodanig ' gelabeld' te worden zullen met name kunstenaars die zichzelf herkennen als neurologisch anders hun plek opeisen. Hun bijdrage zal een sterk argument vormen voor het heroverwegen van de wijze waarop de wereld nog altijd wordt verdeeld in gezond/ongezond, valide/invalide, met mogelijkheden/beperkingen, op basis waarvan zijn al dan niet deel mogen uitmaken van wat mensheid heet. Ofwel: deze tentoonstelling zal een van de eerste overwinningen worden van Jorge Louis Borges' Spiegelmensen, die eindelijk in opstand komen (The Revenge of the Mirror People).

Behalve dat de nieuwe perspectieven in het handelen zelf dienen te worden ontwikkeld is ook de context van waaruit het DeCenter opereert belangrijk. Deze context is, anders dan gebruikelijk, in de eerste plaats cultureel en artistiek bepaald. Medische classificaties in termen van neurologisch stoornis of ziekte ten overstaan van wat voor normaal of gezond doorgaat zijn in dit kader minder relevant. Vanuit een humanistisch en cultuurkritisch perspectief wordt geopteerd voor minder dualistische opvattingen over wat normale en abnormale manieren van waarnemen en denken zijn. Dit met de bedoeling om het kritische perspectief ten aanzien van de normatieve cultuur en de symbolische orde in enge zin verder aan te kunnen scherpen. Hier verbindt zich mijn achtergrond als cultureel producent met mijn deels op persoonlijke ervaringen gebaseerde kennis van autisme, mentale handicaps en schizofrenie.

De website Nonsymbolic Cultures werd in mijn opdracht ontworpen door Daan van de Velde en Maurits de Bruin. Zij hebben geprobeerd het concept van deze site in de lay-out te laten terugkomen, maar dit is helaas vooral zichtbaar wanneer je de site on line bezoekt. Met shockwave stuit je, totaal onvoorbereid (want nonsymbolic cultures verraadt slechts een deel), op telkens een ander citaat. Deze zijn afkomstig uit ego-documenten en biografieen van tal van schrijvers, kunstenaars, wetenschappers, zelfonderzoekers etc met autisme, onder wie Jim Sinclair, Jane Meyerding, Gunilla Gerland, Donna Williams, Temple Grandin, Dan Asher (kunstenaar, exposeert regelmatig bij De Expeditie, Amsterdam), H.C.P. van Dalen, e.a.

Ine Gevers, lecture in the series Het Heilige Moeten, ed. Gabrielle Schleipen, Rietveld Academie, Amsterdam, 2003.



[top]