| lne Gevers | curator \ writer \ activist |
![]() |
| · back | Hannah Arendt, quotation, in I + the Other, Amsterdam, 1994 Kunstenaars met een Agenda Een kunstenares en cultuuractiviste, die met haar kunstwerken in de samenleving ingrijpt, gaf kortgeleden een lezing over haar projecten. Na afloop kreeg ze bijval van een mannelijke collega-kunstenaar, die al jaren kon bogen op een succesvolle carrière. Hij was onder de indruk van haar interventies en samen zochten ze naar een datum om er verder over te praten. Echter, haar collega-kunstenaar bleek het komende halfjaar geen tijd te hebben en met lichte irritatie concludeerde hij: "mijn agenda is vol". "Shit, crisis" reageerde de ander spontaan. Crisis omdat een agenda onbedoeld is dichtgeslibd met afspraken en verplichtingen, waardoor de eigenaar geen vrijheid meer heeft om te doen wat hij eigenlijk wil. Crisis omdat het leven en werk van deze kunstenaar klaarblijkelijk tegen zijn wil in door anderen, en de agenda's van anderen, wordt bepaald. Met als resultaat dat hij niet langer in staat is zijn eigen keuzes te maken. Zijn eigen agenda is onderweg zoek geraakt. Crisis dus. Deze bijdrage aan het manifest gaat over het voeren van persoonlijke agenda's. Over waarom kunstenaars, maar ook niet-kunstenaars, een dergelijke agenda nodig hebben. Agenda's die voortkomen uit een overtuigd in het leven staan. Juist het voeren van een agenda en het handelen ernaar kan ons tot unieke individuen maken. Keuzes en standpunten die we maken vanuit een betrokkenheid met de samenleving bepalen wie we zijn of kunnen worden. Vanuit de postmoderne kritiek op het onafhankelijke en enkelvoudige ' ik' en de vraag hoe we ons desondanks kunnen onderscheiden van anderen, komen we tot de slotsom dat bewust kiezen voor het leven en actief proberen bij te dragen aan een betekenisvolle omgeving onontbeerlijke voorwaarden zijn. Persoonlijke agenda's zijn een voorwaarde voor mensen om zich te kunnen ontwikkelen tot subject: tot meer dan gewoon een veelheid van zijn. Kunstenaars met een agenda nemen het voortouw. Kunstenaars kunnen vanuit een betrokken en actief in de wereld zijn bestaande verhoudingen anders begrijpen, verbindingen leggen, en ongekende betekenissen doen ontstaan. Kunst wordt zo tot context, tot openbare ruimte waarbinnen zich nieuwe sociale interacties en intermenselijke relaties ontwikkelen. Persoonlijke agenda's zijn onontbeerlijk om een plaats te verwerven in onze postmoderne, technologisch geavanceerde informatie economie. Onze samenleving herbergt tegenstrijdige kenmerken: globalisering, eenwording, homogenisering, maar ook volksverhuizingen, migratie, uiteenlopende (sub)culturen en mengvormen van tradities, religies en levensstijlen die elkaar kruisen of in elkaar overgaan.Veel van de vaste waarden van vroeger zijn verloren gegaan. Onze postmoderne cultuur wordt niet voor niets geassocieerd met "het einde van de grote verhalen". Het ter discussie stellen van oude en niet langer houdbare opvattingen over de werkelijkheid heeft zeker zijn voordelen. Toch laat het veel mensen met lege handen achter. Omdat overkoepelende ideologieën, religies, levensovertuigingen en politieke richtingen niet langer overtuigen, zijn mensen de weg kwijtgeraakt. In Nederland is het einde van de verzuiling al jaren geleden ingezet. Sinds het Paarse kabinet hebben 'links' en 'rechts' hun politieke kleur verloren. Willekeur en pluralisme vieren hoogtij. Alle hoop is nu gevestigd op de eigenheid en autonomie van het individu. Het hele maatschappelijke bestel - economisch, politiek, de media - draait om authenticiteit en zelfverwerkelijking van de individuele mens. Mensen wordt het idee voorgehouden dat ze individuen zijn die vanuit een duidelijk en onbetwist 'ik' hun eigen leven inrichten. Maar de vraag is wat dit 'ik' betekent en wat het 'individuele' nog met henzelf te maken heeft. Terugkeren naar het 'eigene', het 'ik' uit voorbije tijden is evenmin een optie. We kunnen in onszelf of in onze gezamenlijke geschiedenis graven tot we een ons wegen. Maar noch op individueel noch op cultureel niveau levert terug verlangen naar de tijd van weleer iets op.De vraag is hoe we, in het kader van een volstrekt wegvallen van welk referentiekader dan ook, nog tot onszelf, laat staan tot betekenisvolle relaties met anderen kunnen komen. Zijn we niet te vervreemd geraakt van onszelf en van de samenleving in het algemeen? Ik ben ik, toch? Ook op persoonlijk niveau worden we geconfronteerd met een erosie van bestaande betekenissen. Ons ' zelf' blijkt na enig nadenken veel minder ' eigen' dan we lange tijd dachten. Ook al gaat iedereen nog gemakshalve uit van een vaak al vroeg verworven gevoel van individualiteit. We zijn er tenslotte van jongs af aan mee vertrouwd. Wie heeft als kind nog nooit triomfantelijk op een waarom -vraag geantwoord met slechts een uitdagend "daarom"? Daarom, gewoon omdat 'ik' dat wil, vind of weet. "Ik ben ik" ; dat staat als een huis. Met die wetenschap worden we - althans in het Westen - geboren. Het bestaan van een autonoom en ondeelbaar 'ik', onafhankelijk van de buitenwereld, is niet langer houdbaar. Stond "ik denk dus ik ben" lange tijd aan de wieg van de gedachte dat de mens bestaat uit een min of meer vaste kern van waaruit 'hij' zich tot zichzelf en zijn wereld verhoudt, inmiddels wordt de implicatie van deze beroemde uitspraak wereldwijd betwijfeld. Deze, vele mensen uitsluitende definitie van 'subject'-impliciet nog altijd gedacht als wit, mannelijk, autonoom en onafhankelijk - is de afgelopen eeuw sterk bekritiseerd en door postmoderne denkers gaandeweg vervangen door een eenvoudiger en vooral bescheidener interpretatie. Eind jaren '60 werd vanuit de behoefte het begrip nog verder te ontrafelen zelfs de dood van het menselijk subject geïntroduceerd. In filosofische zin dan. De uit het leven gegrepen filosofie van Jean Luc Nancy past binnen deze traditie. Zijn boek De Indringer is een diepgaand relaas over hoe de medische wereld vreemdheid stelselmatig bestrijdt met nog meer vreemdheid. Wat aanvankelijk de persoonlijke ziektegeschiedenis lijkt van een hartpatiënt die te maken krijgt met tal van effectieve en minder doeltreffende behandelingen, alsmede hun verwoestende bijwerkingen, is vooral een theoretisch statement. "De menselijke identiteit is in het hart van haar intimiteit door vreemdheid getekend", aldus Nancy (1). Elk ' zelf' is vanaf het begin blootgesteld aan een andersheid die aan die ' zelfheid' ontsnapt. Alleen al in fysieke zin is er altijd wel iets in het 'zelf' aan het werk, of het nu een techniek, prothese, vaccinatie, antibiotica, of andere vorm van ingrijpen in het menselijk lichaam is, dat elke oorspronkelijke aanwezigheid bij 'mezelf' reeds in de kiem smoort. Cyborgs als we zijn, worden we stuk voor stuk door de techniek getekend: gemarkeerd of geraakt door iets dat anders is dan onszelf. Een andersheid die niet alleen buiten ons staat, maar die reeds vanaf het begin aanwezig is in onszelf en zelfs in die mate dat juist dit vreemde het ' zelf' mogelijk maakt. En juist daar waar men denkt werkelijk in 'zichzelf' binnen te dringen treft men het meest aan vreemdheid, andersheid en verandering aan. ' Tegenwoordig gaat het in therapieën niet meer om het ontdekken van je ware ' ik', maar om het erkennen van ' de ander' in jezelf. Dat maakt het overigens niet makkelijker om de plek te vinden waar al die verschillende 'ikken' weer bij elkaar komen. Die plek is immers niets anders dan het lichaam, reeds van jongs af aan blootgesteld aan wat van buiten komt. Maar als ons 'zelf' dus inderdaad veel minder van ons ' zelf' is dan we al die tijd vermoedden, en het 'zelf' zich juist ontwikkelt in voortdurende wisselwerking met wat vreemd is, dan staat de weg open naar heel andere invullingen van onze eigenheid dan we tot nu toe gewend waren. Het idee dat de eigenheid van het 'ik' bedreigd zou kunnen worden door de vreemdheid van 'de ander' (xenofobie ) kan in ieder geval direct naar de prullenbak. Het deugt niet langer als uitgangspunt. De nadruk blijven leggen op culturele eigenheid krijgt, in het licht van met name de komst van steeds meer vreemdelingen -mensen afkomstig uit andere culturen dan 'onze eigen cultuur'- eveneens een paranoïde bijsmaak. Parallel aan het ter discussie stellen van de 'eigenheid' van het 'zelf' moeten we ook het idee van een oorspronkelijke, eigene en in zichzelf besloten cultuur laten varen. Culturen zijn nooit homogeen geweest. Er was nimmer sprake van een begrensd en onveranderlijk geheel aan tradities en gebruiken. De Nederlandse samenleving is van oudsher al pluralistisch. Het idee van een eenduidig, door iedereen gedeeld en onveranderlijk kader van waarden en normen, het fundament van onze culturele identiteit, is gebaseerd op een illusie. Hetzelfde gaat op voor de groep mensen die van elders komen en dus vreemd zijn, de standaard betekenis van de term 'allochtoon'. Deze caleidoscopische verzameling van heterogene en hybride (sub)culturen is alles behalve duidelijk benoembaar en stereotype. Het subject in wording Mensen ervaren vele niveau' s van 'zijn'. Ook van buitenaf worden identiteiten telkens opnieuw gedefinieerd, om vervolgens te worden toegeëigend door de persoon in kwestie. In plaats van een enkelvoudig en ondeelbaar subject is de mens beter te omschrijven als een 'meervoudig complex van zijn'. De logische benadering van het subjectschap indachtig, stelt de Franse denker Alain Badiou dat een mens nooit bij voorbaat een subject kan zijn (2). Mensen kunnen hooguit tot subjecten - in de zin van dienstbaar zijn aan iets dat groter is dan zijzelf - uitgroeien. En alleen dan wanneer de omstandigheden zich daartoe voordoen. Diep in het leven ingrijpende trauma's en gebeurtenissen kunnen iemand ertoe brengen tot subject te worden, maar slechts dan wanneer deze hieraan trouw blijft in het proces dat daarop volgt. Dit soort 'waarheids-processen' ontstaan namelijk pas op het moment dat een 'subject-in-wording' besluit om elke nieuwe situatie in verband te brengen met dat wat hem of haar tot op het bot heeft geraakt. In die zin impliceert trouw zijn aan een waarheid een diepgaande en immanente breuk met de specifieke orde waarin die gebeurtenis plaatsvond. Het leven wordt nooit meer als daarvoor. Kunst is een van de domeinen waarin zich dit soort processen kunnen voltrekken. Met kunstenaars als subjecten die belangeloos hun leven -in de vorm van tijd, energie, creativiteit - in dienst stellen van waarheidsprocedures, vaak tegen de verdrukking in. Het gaat overigens altijd om persoonlijke waarheden en waarheidsprocessen in het meervoud. Alleen op deze manier is te ontsnappen aan kwalijke obsessies of uitwassen van fundamentalisme. Dit soort waarheden kunnen niet worden gecommuniceerd; het is geen kwestie van opinies. Je komt ze tégen in de vorm van gebeurtenissen. Waarheden pákken je doordat je trouw blijft aan het proces dat volgt. Een proces dat niet eenvoudig is en dat makkelijk kan vervallen in precies de keerzijde ervan. In tegenstelling tot het Christelijke dogma is het kwade niet iets dat vooraf gaat aan het goede, maar iets dat volgens Badiou juist innig samengaat met en gevolg is van de ethiek van waarheden. Dit kwade kan schuilen in het koste wat kost willen navolgen van een pseudo-waarheid, denk aan de totalitaire regimes of fascistoïde praktijken die de wereld kent of heeft gekend. Of in het niet langer trouw kunnen zijn aan het waarheidsproces. Er kan sprake zijn van verraad aan waarheden, leidend tot het cynisme van een regering Bush jr., recentelijk wel heel scherp aan de oppervlakte gekomen door het uitlekken van foto's over mishandeling en misbruik van Irakezen in diverse gevangeniskampen. Het blijkt immers te gaan om 'genormaliseerde' en dus door hogere rangen gedoogde praktijken. Het kwade kan ook schuilen in het gelijkstellen van waarheid aan absolute macht door koste wat kost het onnoembare te willen benoemen. In deze laatste vorm kan een in wezen positief waarheidsproces ontaarden in een ramp. Dit is het geval bij de fundamentalistische en radicale Islam en het daarmee verbonden internationale terrorisme. Vervreemding IN de wereld Er bestaan grote verschillen in het beleven van waarheidsprocessen. Tussen mensen onderling, tussen groepen van mensen en ook tussen verschillende generaties. Alleen al door de uiteenlopende manieren van waarnemen. De nieuwste 'zap-generatie' ontwikkelt gevoelens over 'zelf' en 'ander' op een heel andere wijze dan bij oudere generaties gebruikelijk was. Juist bij jonge mensen is de motivatie om zichzelf te begrijpen in de huidige, globale en tegelijkertijd cultureel hybride samenleving groot. Bovendien zijn jonge mensen op een voor oudere generaties weinig inzichtelijke wijze capabel om zich staande te houden in de chaos van informatiestromen en het steeds meer in elkaar overgaan van de virtuele en fysieke werkelijkheid. De kenniseconomie zoals we die eeuwenlang gewoon waren is overgegaan in een postmoderne informatie-economie, wat een totaal andere waarneming en betekenisvorming vereist. Niet het verticaal opbouwen van kennis is van belang om te kunnen overleven, maar juist een horizontaal en vooral simultaan kunnen verwerken van veelvormige informatiestromen. Voorbij het lineaire denken, voorbij het dualisme, hiërarchieën, metaforen en de grote verhalen, lopen onze kinderen voorop in de omwenteling naar een dynamische, hybride, holistische en gewichtsloze cultuur. Hoe kunnen we, vanuit deze nieuwe waarneming en omgang met informatie, tot subjecten worden die passen in deze tijd in plaats van ervan vervreemden? Ervan uitgaand dat het gaat om een veelheid aan vormen van ethiek en om persoonlijke waarheidsprocessen die, wanneer ze onderweg niet vervlakken tot de zoveelste aan anderen opgelegde regels, kunnen leiden tot intersubjectieve betekenissen en nieuwe vormen van socialiteit. "Slechts diegene die zijn leven en persoon meeneemt in de waagschaal van de openbaarheid, kan zichzelf verrijken" concludeerde Hannah Arendt. De postmoderne denker Keith Tester actualiseerde dit gedachtegoed met zijn in 1995 verschenen The Inhuman Condition (3). Tester onderstreept de diagnose van Arendt over de menselijke vervreemding van de wereld en van zichzelf, maar plaatst tevens de kanttekening dat de remedie die Arendt voor ogen had niet meer werkt. In onze huidige maatschappij, die alleen al door de voortdurende overstimulatie van de zintuigen geen enkele rust meer biedt, en waar de geproduceerde 'instant' werkelijkheid tot onze eerste natuur is geworden, is het hele idee van contemplatie -tot 'jezelf' terugkeren - ongeloofwaardig geworden. Er bestaat simpelweg geen 'zelf' waar naar terug te keren valt. Niet het afstand nemen van de wereld kan ons nog tot onszelf brengen, maar juist een bewust kiezen voor vervreemding in de wereld kan plaats en richting van engagement bepalen. De keuze is de wereld niet langer te accepteren zoals deze is of zich voordoet, maar de wereld, zoals wij die beleven en waarin we participeren, te zien als een complex van problemen en uitdagingen die onder ogen moeten worden gezien. Om tot een dergelijke keuze te komen, moeten kunstenaars, documentairemakers, of welke in publieke zin optredende personen dan ook, zichzelf tot het ervaren van vervreemding in de wereld in staat stellen. Alleen dan kunnen zij keuzes maken die ertoe doen. Persoonlijke keuzes met politieke implicaties. Keuzes die kunnen leiden tot een breuk binnen de gezapige cultuur van tevredenheid, die de grootste misdaden tegen de mensheid lijkt te accepteren alsof het de gewoonste zaak van de wereld is. Kunst en engagement Als kunstenaars nog een voortrekkersrol te vervullen hebben, ligt deze in het uitdragen van het besef dat 'subject zijn' niet iets is dat je met je geboorte hebt meegekregen. Of, zoals ook nog wel wordt aangenomen, wat je in ieder geval na het behalen van een diploma aan de academie in je zak hebt. Een subject kun je worden, afhankelijk van hetgeen je in je leven toelaat en je trouw aan de waarheidsprocessen die daarop volgen. Op dezelfde manier kun je kunstenaar worden. Niet doordat je een daartoe te volgen opleiding met succes hebt voltooid. Weliswaar belangrijk, maar slechts bedoeld ter ondersteuning van de technische kant van de zaak. Kunstenaar wordt je door bereid te zijn al handelend persoonlijke keuzes te maken in de wereld, met alle complexiteit en problemen van dien. Keuzes die verstrekkende gevolgen kunnen hebben, aangezien ze je tot vormen van betrokkenheid kunnen verplichten die je soms tegen beter weten in blijven volgen. Jezelf in staat stellen tot het ervaren van vervreemding in de wereld. Dat betekent: de wereld niet accepteren zoals deze is, maar deze al handelend en door middel van duidelijke keuzes en standpunten actief proberen te vormen tot een betekenisvolle omgeving. Een persoonlijke agenda voeren. Met alle gevolgen van dien. Want een dergelijke manier van in de wereld staan heeft consequenties. Er kan niet langer sprake zijn van een ver van mijn bed show. Het betekent niet langer onverschillig blijven, je niet langer afsluiten van wat er om je heen gebeurt. De directe gevolgen van betrokkenheid aan den lijve ondergaan. De wereld omarmen. Voorzover het leven zich tot dan toe zonder ingrijpende gebeurtenissen of schokkende ervaringen heeft weten te voltrekken, is dat nu verleden tijd. Een 'het zal mijn tijd wel duren - mentaliteit' behoort definitief tot het verleden. De andere kant van de medaille is dat met de dag helderder wordt waarom je doet wat je doet. Van passieve consument wordt je tot actieve producent. Ook al gebeurt het in het klein; meer op het tactische dan strategische niveau.Dit zal je nog steviger in het zadel doen zitten in de voortgang van welk mogelijk (waarheid)proces dan ook. Met andere woorden: een dergelijke manier van in de wereld zijn verandert jou net zozeer als dat jij poogt om juist invloed uit te oefenen op je omgeving. Actief betekenis geven, door dialoog, door intersubjectieve en (inter)culturele communicatie, is dé manier om te ontkomen aan de 'instant - werkelijkheid'; aan het productivistische systeem dat ons reduceert tot passieve ontvangers in plaats van actieve producenten van betekenis. De eerste stap vormt het bewust op het spel zetten van, inderdaad, de veronderstelde ' eigen subjectiviteit'. Of, om met de socioloog Scott Lash te spreken, niet langer te streven naar het ondeelbare, zelfbewuste en slechts voor zichzelf aanwezige subject, maar terug te keren naar en het accepteren van de beperkingen van ons ' zelf' in relatie tot de ander (4). Veel van de zekerheden, onaantastbaarheden en stereotype manieren van denken die het leven ' draaglijk' maar ook ' ondraaglijk licht' maken, moeten bij het grof vuil worden geplaatst. Ofwel: het aanvaarden van de vreemdheid en andersheid in ons ' zelf' is voorwaarde voor het ontmoeten van de ander. Juist hierdoor zullen we minder geneigd zijn ons halsstarrig te blijven richten op 'het Verschil', een benadering die slechts uitgaat van gefixeerde subjectposities. Van daaruit valt 'de Ander' niet te kennen. Andere mensen zijn pas te ontmoeten wanneer we onze eigen, zo gekoesterde doch tevens weinig om het lijf hebbende, 'subjectiviteit' ter discussie durven stellen. Door de eigenheid en oneindigheid van het ' ik' af te wijzen en terug te keren naar het nulpunt - het moment waarop 'ik' eindigt en ' ander' begint - kan in plaats van angst en verdringing een mentaliteit van fascinatie en acceptatie worden ontwikkeld. Een nieuwe vorm van socialiteit, die voortkomt uit nieuwsgierigheid naar de ander zonder deze te erotiseren of romantiseren. Interacties op basis van gelijkheid en op gedeeld terrein zullen de motor zijn achter nieuwe betekenissen. Met als resultaat gedeelde ervaringen: niet langer onmiddellijk en enkelvoudig, maar zintuiglijk, complex, procesmatig, intermenselijk. Ervaringen die congruent zijn met onze gedeelde diversiteit. En wanneer is het Kunst? Voor ons dus duidelijk niet de eerste vraag. Maar wel telt: wanneer heeft iets de potentie kunst te worden? Het antwoord daarop luidt: als de persoonlijke waarheden die de drijfveer zijn van het maken van beelden, het doen van ingrepen, het plegen van interventies, opnieuw kunnen leiden tot 'gebeurtenissen' bij toeschouwers en participanten. Wanneer anderen op hun beurt geactiveerd, geamuseerd, verleid, maar ook geraakt worden. Wat ook betekent dat een kunstwerk de ander de kans moet geven om betrokken te raken, om zich te verdiepen, om er moeite voor te doen. Wanneer de toeschouwer in staat wordt gesteld om op zijn of haar beurt betekenis te produceren. Om op die manier het kunstwerk voort te zetten. Noten: 1 Jean Luc Nancy, De Indringer, Amsterdam, Boom 2002 2 Alain Badiou, Ethics, An Essay on the Understanding of Evil, New York 2002 3 Keith Tester, The Inhuman Condition, Londen 1995 4 Scott Lash, Difference or Sociality, in: Towards a Theory of the Image, Maastricht, (Jan van Eyck Akademie) 1996 [top] |