lne Gevers curator  \  writer  \  activist


· back 1 | 2 | 3

Picasso, Guernica

Documentaire Strategieën – Persoonlijk en dus Radicaal


Guernica en bewustwording
Guernica van Picasso werd in de eerste Spaanse monografie beschreven als ´the picture of all bombed cities'. Naar aanleiding van de recente bomaanslagen in diverse trein-stations in Madrid, opgeëist door de terroristenorganisatie Al'Qaida, werd Guernica opnieuw speerpunt van discussie.  

Guernica (beamer 1) is het meest krachtige, politieke anti-oorlogs statement uit de geschiedenis van de Moderne Kunst. Picasso schilderde Guernica als reactie op dood en destructie die zijn land troffen tijdens de burgeroorlog als gevolg van een fascistische coup van   generaal Franco. Ertoe overgehaald en zich gesteund wetend door collega-kunstenaars en politici die vochten voor de democratie, schilderde hij Guernica voor het Spaanse paviljoen van de Parijse Wereldtentoonstelling in 1937.

Guernica, een klein Baskisch dorpje in Noord-Spanje, werd door Hitler in naam van Franco op 26 april 1937 gebombardeerd. Het dorpje brandde drie dagen lang. Meer dan 1600 burgers vonden de dood. Het nieuws van de massaslachting bereikte Parijs een paar dagen later, waarna een miljoen demonstranten gehoor gaven aan hun woede. Verwoesting en protest waren de directe inspiratie voor Picasso´s Guernica.

De geschiedenis van de Guernica is zeker zo alarmerend. Tijdens de Wereldtentoonstelling streng bekritiseerd vanwege het gebrek aan realisme, vond de Guernica zijn weg in Europa en Noord America ter vergroting van de bewustwording ten aanzien van het opkomende fascisme. Vanaf het begin van WO II was Guernica te zien in het Museum voor Moderne Kunst in New York, waar het als brandpunt van politiek activisme fungeerde. Picasso had Guernica bestemd voor het Spaanse volk, maar hij weigerde het schilderij in Spanje tentoon te stellen zolang "publieke vrijheden en democratische instituten" Spanje werden onthouden. In 1975, na de dood van Franco, kreeg Guernica zijn plaats in Spanje, in het nationaal Museum van Moderne Kunst in Madrid.

Een grote reproductie van de Guernica - een tapisterie in de entreehal van de Veiligheidsraad - raakte onlangs nog in opspraak. Het werk hangt precies op de plek waar politici en VN-diplomaten hun publieke statements afleggen en persconferenties geven. Begin februari 2003 werd onder bevel van VN-officials een blauw gordijn voor de reproductie van de Guernica gehangen. Dit in het kader van een toespraak van Colin Powell, minister van Buitenlandse Zaken U.S.A., over de oorlog in Irak. Oog in oog staan met, of in de rug gedekt door het 20 ste eeuwse, meest iconische protestbeeld tegen de onmenselijkheid van oorlog, werd als te confronterend ervaren.

Picasso, de kunstenaar die alle stilistische middelen naar believen kon inzetten, koos ervoor de gruwelijkheden van Guernica niet in realistische stijl te verbeelden. Dat was in die tijd min of meer het gebruik wanneer het om kunst met een expliciet politieke boodschap ging. Picasso koos voor zwart/ wit en grijstonen en een aan kubisme verwante stijl, passend in zijn oeuvre uit die tijd. Kunsthistorische interpretaties van wat kubisme nu eigenlijk betekent zijn hier op zijn plaats. De vraag kan worden gesteld welke stijl nu eigenlijk de werkelijkheid het beste weergeeft: realisme of kubisme. In een realistische stijl kan de schilder slechts dat laten zien wat het oog vanuit één bepaald standpunt kan waarnemen. Kubisme, daarentegen, is een stijl die binnen het kader van één schilderij meerdere aanzichten van hetzelfde object, gezicht of figuur naast elkaar plaatst en met elkaar verbindt. Hoe zou de kunstenaar de nietigheid van het menselijke leven, gevangen tussen politiek en terrorisme, beter dan juist in 'kubistische' stijl hebben kunnen uitbeelden. Zo kon hij de gruweldaad van meerdere kanten belichten.

Stichting Interart, een activistische organisatie die zich d.m.v, beeldende kunst en theater inzet voor interculturele communicatie, stuurde via internet een denkbeeld de wereld in om vanuit de beeldende kunst en cultuur positie in te nemen. De stelling luidt: Verplichte uitzending op alle televisiestations in de Verenigde Staten, Afghanistan, Spanje en Irak: documentaire over de Guernica van Picasso. Naar aanleiding van de recente bomaanslagen in diverse treinstations in Madrid, opgeëist door de terroristenorganisatie Al'Qaida, kan Guernica volgens Interart opnieuw als speerpunt van discussie dienen. Net als voor en tijdens WO II kan het bijdragen aan bewustwording. Het kan mensen stimuleren de kwestie vanuit verschillende gezichtspunten te bekijken, kritisch te blijven en zich een mening te vormen. Kunst kan hier een daad stellen; engagement begint bij je persoonlijk betrokken voelen. Niemand hoeft passief af te wachten tot het volgende noodlot ons treft. De terreurdaden zijn een verschrikking en afkeurenswaardig, maar de internationale politiek mag hier evenmin ongestraft aan ontkomen.

Bewustwording toen en nu
Na de aanslag op de Twin Towers in new York, op 11 september 2001, eveneens door Al'Qaida beraamd, reageerde de kunstwereld geschokt maar ook machteloos. Wat kunnen wij maken, wat kunnen wij doen, werd er gedacht en geroepen. Welk beeld kunnen wij hier tegenover stellen? Ik vond deze reactie toen op het cynische af. Kunstenaars en architecten hielden zich vooral bezig met de esthetische kant van de zaak: hoe konden de geweldige timing van de vliegtuigen die de Towers doorboorden, de majesteuze grootsheid van het beeld (hier kan geen filmbeeld tegenop), (beamer 2) en het schokeffect worden geëvenaard, laat staan overtroffen? Laten we wel wezen, het engagement was er wel, maar de manier hieraan vorm te geven kon uitsluitend worden bedacht binnen het raamwerk van directe op emotie gerichte film- en media-esthetiek. Directe te consumeren hapklare beelden, die meteen een liefst zo eendimensionaal mogelijke reactie teweeg brengen en als zodanig beklijven. Dat is de wereld waarin wij leven. Dat is de wereld die ons gevangen houdt, en ons tegelijkertijd van de werkelijkheid vervreemdt.

Een ander voorbeeld dat wellicht goed kan onderstrepen hoe we als kunstenaars en makers van beelden vastgeklonken zitten aan een consensus die van buiten af aan ons lijkt te worden opgedrongen, komt uit 1994. Het jaar waarin ik i.s.m. Jeanne van Heeswijk de tentoonstelling Ik + de Ander. Art and the Human Condition (dia 1 en 2)voor de Beurs van Berlage in Amsterdam realiseerde. In deze tentoonstelling werden verschillende mensbeelden tegenover en naast elkaar gezet vanuit de overtuiging dat het representeren van 'DE MENS' volgens traditionele, monoholithische principes (uitgaande van het Verlichtingsideaal dat de mens wit, mannelijk, rationeel, onafhankelijk is) per definitie anderen uitsluit (zij zijn immers 'minder' mens). Een van de strategieën om de beperkingen voelbaar te maken van een samenleving die pluraliteit het liefst ontkent en die verschillen slechts accepteert wanneer deze op veilige afstand kunnen worden gehouden (stereotypering) was het inzetten van vervreemding. Een vervreemding die zo vanzelfsprekend is geworden in onze werkelijkheid dat we haar niet eens meer als zodanig herkennen. Een vervreemding die wij bewust wilden inzetten in de tentoonstelling, niet om de afstand tussen mensen onderling en de werkelijkheid waarin zij leven nog meer te vergroten, maar juist om die vervreemding voelbaar te maken.

Het grootste dilemma in de hele inrichting van deze omvangrijke tentoonstelling, waaraan een kleine 50 kunstenaars uit binnen- en buitenland deelnamen, betrof de laatste zaal. Het was de bedoeling de tentoonstelling af te sluiten met het inzetten van het idee van vervreemding op het niveau van de wisselwerking tussen beeld, teken en ontvanger. Fotowerken van Andres Serrano (mortuarium) (dia 3) werden getoond in combinatie met Nintendo computerspelletjes (stereotypen over goed en kwaad), de video van Marina Griznic en de installaties van Andrea Fisher en Martin Lucas (dia 4)werden opgesteld tegenover de grote billboards van Benneton en Trouw (dia 5). Eenmaal deze laatste zaal binnengetreden bevond dit massieve wand-vullende Benneton 'anti-oorlogs' affiche met de bebloede kleren van een soldaat zich achter je rug, aan de kopse kant. Schokkerend, bloederig, maar tegelijkertijd veresthetiseerd en vercommercialiseerd, was het een onovertrefbaar beeld. Het feit dat we strategisch de wand kozen die je vanuit de looprichting het laatste ziet omdat je er in eerste instantie met je rug naar toe staat, deed er niets aan af. Eenmaal dat beeld in het vizier kon de rest, ja bijna de hele tentoonstelling, inpakken. Kunstenaars hadden logischerwijze grote moeite met de aanwezigheid van juist deze Benetton-annexatie. Naar hun mening moest het zo snel mogelijk uit de tentoonstelling verbannen worden. Maar voor ons argument was deze foto van Benetton, evenals Trouw die een soortgelijke actie had bedacht met een foto van een op Anne Frank lijkend meisje en daaronder "Trouw luistert", zeer belangrijk. De laatste zaal, sluitstuk van de tentoonstelling, ging juist over de kracht maar tevens manipulatie van het beeld. Over de manier waarop beelden worden gemanipuleerd, toegeëigend en gecontextualiseerd in het belang van de toevallig op het juiste moment en de juiste plek aanwezige corporatie (politiek, commercie en media zijn hierbij inwisselbaar geworden). De productie en uitwisseling van tot louter tekens teuggebrachte, enkelvoudige boodschappen, maakt het voor het individu steeds moeilijker zich te verhouden tot die wereld en bovendien daarbinnen zelf nog betekenis te produceren. Wat te doen? Uiteindelijk, omdat ons engagement elders lag dan kiezen voor de 'autonomie' van elk afzonderlijk werk (los van het feit of je Benneton nu wel of niet als Kunstwerk definieert), hebben we het billboard van Benneton bewust 'ontkracht' door de poster van Trouw (op dezelfde leest geschoeid) er overheen te plakken. Een ingreep à la Hans Haacke, afdoende om zowel ons inhoudelijke punt te maken als om de andere kunstenaars de ruimte te geven die zij nodig hadden. Toch was er in diezelfde ruimte één ander kunstwerk aanwezig dat de confrontatie met Benneton ook zonder deze moedwillige 'castratie' had aangekund. Dit was een voor deze tentoonstelling gemaakt werk van de Paper Tiger Television activist Martin Lucas, getiteld Blinding Weapons (dia 6) . De installatie bestaat uit   twee, naast elkaar geplaatste video-monitoren, een muurtekening, gecombineerd met foto's en krantenknipsels, en de tekst: "your Information is my Enlightenment". De twee video-documentaires geven simultaan informatie over de fabricage en het effect van het gebruik van Blinding Weapons die bedoeld waren ingezet te worden in de Golf Oorlog. De documentaires zijn informatief, scherp en kritisch, verteld door de personen die er direct mee te maken hebben. Tegenover het volledig verabstraheerde beeld van Benneton, dat alleen nog maar eendimensionale zin, namelijk als 'schok' werkt, plaatst Lucas een werk dat voortkomt uit persoonlijk engagement. Een persoonlijk engagement dat bovendien persoonlijk blijft, aangezien het in productie brengen van de wapens, alsmede erdoor getroffen worden, in interview-vorm of monoloog door gewone, bij het proces betrokken mensen wordt uitgelegd en becommentariëerd. In de andere video wordt je meegenomen in de waarneming van iemand die is getroffen (je ziet dus op de monitor wat zo iemand nog kan 'waarnemen'). De stijl van de documentaires is van groot belang. Nergens wordt gepoogd om de dramatiek op te voeren of om de wereld te verdelen in slachtoffers en daders. Het zijn objectieve, informerende berichten, waar de kijker zelf zijn conclusies uit kan trekken. De context waarin de video's zijn opgesteld, met name vanwege "your Information is my Enlightenment", laat echter geen twijfel bestaan aangaande de intenties van de maker.

De tentoonstelling eindigde met een statement van de Duitse filosofe Hannah Arendt, gecombineerd met een fotowerk van Jouke Kleerebezem (dia 7), waarop een grote groep mensen samen een dans ten uitvoer brengen, ergens in de heuvels van de Balkan. Het statement luidt: "Nur Wer sein Leben und Person mit in das Wagnis der Öffentlichkeit nimmt kan Sich erreichen"(in het Nederlands: slechts diegene die het waagt zijn persoon en leven in de waagschaal van de openbaarheid te leggen, kan zich verrijken). Een ingreep die voor ons op het randje was, aangezien we geen van beiden van schoolmeesterachtige toon houden. Aan de andere kant hadden we het gevoel de toeschouwer met een klein handvat naar huis te moeten sturen na al die verwarring waartoe deze ten prooi was gevallen in deze tentoonstelling.

Hannah Arendt beschreef reeds in 1950 in haar boek The Human Condition de effecten van wat zij vervreemding van de wereld noemde. Keith Tester, een hedendaagse denker over de menselijke conditie, schreef in 1995 een geactualiseerde versie van Arendt's boek. Hij noemde het The Inhuman Condition. Tester onderstreept de diagnose die Arendt eerder stelde over de menselijke vervreemding van de wereld en van zichzelf (een dubbele vervreemding dus eigenlijk), maar stelt er tegenover dat de remedie die Arendt voorstelde niet meer werkt. In onze huidige maatschappij, die alleen al door de voortdurende overstimulatie van de zintuigen geen enkele rust meer biedt, aldus Tester, en waar de geproduceerde werkelijkheid (digitale informatie, film, reclame) tot onze eerste natuur is geworden, en waar rust slechts nog voor de rijken is weggelegd, is het hele idee van 'contemplatie' (meditatie, tot jezelf terugkeren) ongeloofwaardig geworden. Tester stelt vervolgens dat niet het afstand nemen van de wereld ons nog tot onszelf kan brengen, maar dat juist een vervreemding in de wereld de plaats en de richting van engagement bepaalt. De keuze is de wereld niet langer te accepteren zoals deze is of zich voordoet, maar de wereld, zoals wij die beleven en waarin we participeren, te zien als een complex van problemen en uitdagingen die onder ogen moeten worden gezien. Om tot een dergelijke keuze te kunnen komen moeten kunstenaars, documentaire- makers, of welke in publieke zin optredende(handelende) personen dan ook, zichzelf tot het ervaren van vervreemding in de wereld in staat stellen. Alleen op die manier kan er een breuk ontstaan binnen de gezapige cultuur van tevredenheid, die de grootste misdaden tegen de mensheid lijkt te accepteren als behorend tot de orde van de dag (een andere manier van van omschrijven wat andere 'naïviteit' noemen).  

De Franse filosoof Alain Badiou komt dicht in de buurt bij de door Tester voorgestelde bewuste keuze van vervreemding in de wereld. Behalve dan dat Badiou het 'bewuste' van die keuze enigszins betwijfelt. Badiou typeert de kunstenaar als iemand die zich door een gebeurtenis (event) genoodzaakt voelt een (persoonlijke) waarheid na te volgen en deze trouw blijft tegen de verdrukking in (against all odds). In zijn boek Ethics. An Essay on the Understanding of Evil (!), Verso 2001, positioneert Badiou zich als navolger van met name Lacan en Foucault en als opponent van de wijze waarop differentie-denkers in navolging van Derrida en levians ' de ander' zijn gaan denken.

Letterlijk terugkerend naar de realiteit (le Reel van Lacan) maakt Badiou korte metten met de naar zijn overtuiging in filosofische zin weinig hout snijdende deconstructivistische fundamenten waarop de multi-culturele en post-kolonialistische ethiek is gegrondvest. 'De Ander' kan voor Badiou geen ethische categorie zijn, simpelweg vanwege het feit dat 'zijn'zelf (being itself) zich in een oneindige variatie(multiplicity) presenteert. Mensen zijn in alle opzichten verschillend. In de ogen van Badiou is het denken in termen van het radicale verschil eigenlijk meer het gevolg van ethische desinteresse dan andersom. Ethiek verdient pas werkelijk ethiek genoemd te worden wanneer zij overeind blijft ondanks verschillen. Ethiek moet gaan over wat mensen bindt voorbij het verschil. (we komen zo nog aan een interessante parallel met mijn eigen boek, getiteld Voorbij Ethiek en Esthetiek, SUN, 1997).

Ik kan hier niet echt diep op Badiou ingaan, maar wil niettemin een aantal kernpunten in zijn denken benoemen. Om te beginnen hoe hij ethiek definieert. Hij schetst eerst waar ethiek vandaan komt. Ethiek betekent in het Grieks : 'het zoeken naar een goede manier van zijn'. Al snel concludeert Badiou dat de hedendaagse ethiek (zoals deze is neergelegd in bv de declaratie van de Rechten voor de Mens) in feite gevaarlijk dichtbij nihilisme komt. Waarom? Omdat ethiek wordt gelijkgesteld met een aantal vooraf bepaalde, gestandaardiseerde normen en waarden, omgezet in regels en voorschriften waaraan iedereen zich moet houden. In de ogen van Badiou is dit een volstrekt abstract geworden en van het leven losgeraakte vorm van ethiek. In plaats van ethiek nog langer te verbinden met abstracte categorieën wil hij het terugbrengen naar concrete situaties (situations). En in plaats van ethiek te reduceren tot een   soort van medeleven voor de slachtoffers (van bv uitsluiting) moet het de duurzame stelregel worden van afzonderlijke processen (singular processes). En, meer dan slechts een conservatieve stellingname die getuigt van een goed geweten moet ethiek zich bezighouden met waarheden in het meervoud. Om kort te gaan accepteert Badiou dus geen abstracte, vooraf vastgelegde vorm van ethiek. In de eerste plaats vanwege haar conservatieve en achterhaalde positie. De hedendaagse ethiek is vaak te algemeen en loopt achter de feiten aan terwijl Badiou op zoek is naar een initiërende, actieve en procesmatige vorm van ethiek. Het boek Voorbij Ethiek en Esthetiek (ed. Ine gevers/Jeannne van Heeswijk, SUN, Nijmegen, 1997) is ontstaan vanuit eenzelfde drijfveer. Ik citeer uit het voorwoord: " Wanneer je probeert grenzen te overschrijden, zoals in de poging kunst en leven te verbinden, blijkt hoe weinig productief het is je te moeten voegen in structuren (...) waar de in beginsel idealistische noties als ethiek en esthetiek in werkelijkheid vaak een controlerende en in die zin beperkende functie hebben".

Waarom er voor Badiou evenmin een abstracte ethiek kan bestaan is om de simpele reden dat zoiets als een abstract subject niet bestaat. Een mens kan hooguit tot een subject uitgroeien,maar alleen dan wanneer de omstandigheden van een waarheid zich voordoen. Ofwel: (ingrijpende) gebeurtenissen (events) die een 'meervoudig-complexe vorm van zijn' (=een mens) doen besluiten een nieuwe ontologische weg (een weg van zijn) in te slaan. Het proces van de waarheid start pas op het moment dat het subject-in-wording besluit om, trouw aan die gebeurtenis, elke nieuwe situatie in relatie tot die gebeurtenis te denken. In die zin is trouw zijn aan een waarheid te interpreteren als een diepgaande en immanente breuk met de specifieke orde waarin de gebeurtenis plaatsvond. Badiou gebruikt het woord ' breuk' om aan te geven dat datgene wat het waarheidsproces op gang helpt -de gebeurtenis- in de context van de op dat moment heersende taal en de gevestigde kennis van de situatie van geen enkele waarde is. Een dergelijk waarheidsproces slaat letterlijk een gat (trouee) in de bestaande kennis van dat moment. En het is dit proces dat naar Badiou's zeggen het subject (inmiddels   meer dan de som der delen) doet ontstaan. Waarheid is dus niet iets dat kan worden gecommuniceerd, het is niet slechts een kwestie van opinies. Waarheid kom je tégen (in de vorm van een gebeurtenis); waarheid pákt je door middel van trouw aan het proces dat volgt. Het is iets wat je gebéurt. Wat overigens niet wil zeggen dat de weg er vervolgens makkelijker op wordt. Het is hier dat Badiou het begrip kwaad (evil) -niet als voorafgaand aan het goede maar juist als onlosmakelijk verbonden en gevolg van de ethiek van waarheden- introduceert. Het voert te ver om hier dieper op in te gaan maar het navolgen van een pseudo-waarheid (simulacrum, denk aan het nazisme), het verraad (niet langer trouw zijn aan het waarheidsproces, de regering Bush), en de ramp (waarheid gelijkstellen aan totale macht door koste wat kost het onnoembare te willen benoemen, denk aan de terreur van Al'Qaida ), zijn drie voorbeelden van hoe het kwaad het directe gevolg kan zijn van één van de drie dimensies waarin het waarheidsproces zich voltrekt.

Kunstenaarschap en ethiek zijn volgens Badiou dus onlosmakelijk met elkaar verbonden. Een mening die ik ten volste onderschrijf en wat inmiddels duidelijk mag zijn uit de bespreking van een aantal van mijn projecten. Of ik zo'n waarheid heb? Ja, ik denk het wel. Ook al zijn mijn waarheden evenmin eenduidig. Waarheden zijn ook niet te benoemen, zoals Badiou uiteen zet. Het zijn eerder gebeurtenissen, momenten, flitsen van inzicht. Hoewel het aanvoelt als noodzaak! Als iets wat gewoon onderzocht MOET worden. Ook in mijn leven hebben gebeurtenissen mij ertoe gebracht om telkens opnieuw dat moment van gewaarwording te willen bereiken. Maar ook de 'triggers' (van het waarheidsproces) zijn niet allemaal zo simpel te achterhalen. Wat ik wel kan doen, is een deel van de sluier oplichten van wat mij bezig hield en houdt. De rode draad door alles heen is mijn fascinatie voor de Ander. Niet om deze 'ander' in op multi-cultureel verantwoorde wijze als 'ander' te presenteren/etaleren -ik heb met Slavoi Zizek en Badiou zo mijn twijfels over de diepgang en dus het effect van een dergelijke manier van politiek correct denken- maar om met deze ander te kijken naar manieren om anderen de ILLUSIE VAN HETZELFDE te ontnemen!!! En tegelijkertijd, door de verschillen heen, te ontdekken wat ons dan wellicht wél samenbrengt. Een omkering van feiten dus. Het is niet de norm die mij interesseert, het is de afwijking van die norm en wel in die mate dat duidelijk wordt dat wij elkaar juist kunnen vinden in die vreemdheid ten opzichte van de norm en onszelf. Op deze manier wordt de ander niet langer als stereotiepe 'Ander' op de kaart gezet, maar slechts als 'ander' temidden van allemaal andere 'anderen'.

Ik + de Ander. Art and the Human Condition vormde het begin van dit proces. Voorbij Ethiek en Esthetiek, als reflectie en vooruitblik, gaf er verder richting aan. Inmiddels heb ik het DeCenter opgericht, Centrum voor Neuro-Diverse Culturen en een bijbehorende website NonSymbolic Cultures ‹ www.inegevers.net/nonsymbolic › (beamer 3). Meer informatie (voor liefhebbers) is te vinden in het boekje Trigger, uitgebracht door begane Grond Utrecht (ed. Jorine Seydel). Naast het maken van tentoonstellingen en het bedenken van interventies in de vorm van projecten of seminars (bv Encountering the Culture of the Norm, De Geuzen, Amsterdam (beamer 4), geef ik lezingen en schrijf artikelen. Mijn laatste artikel voor de bundel Mutiple Ethics in Contemporary Art Practice (ed. Cecilia Fajardo-Hill) heet Breaking into the System. Ook dit artikel gaat over Neuro-Diverse Culturen, deze keer de cultuur die zichzelf als 'norm' stelt hierbij ingegrepen. De normatieve cultuur wordt door mij (in navolging van activistische groeperingen, gevormd door mensen wiens hersenen anders functioneren dan 'gewoon' en die door middel van Internet eindelijk zélf hun gezicht kunnen laten zien -in plaats van te worden gerepresenteerd door anderen, met name de medische wetenschap- en zich als cultuur op de kaart kunnen zetten) de cultuur van de Neurologisch Typischen genoemd (beamer 5 NT). Gesteund door de nieuwste ontwikkelingen binnen Neuro Science, waaruit steeds stelliger blijkt dat zoiets als een 'normaal brein' helemaal niet bestaat en dat wij allemaal, op bepaalde momenten in ons leven en gedurende kortere of langere periode, te maken krijgen met een zodanig 'anders' functioneren van onze hersenen, dat het waarneming, zingeving en daarmee gedrag ingrijpend beïnvloedt, probeerde ik in dit artikel de ongewenste uitsluiting van deze groep mensen aan de kaak te stellen.  

Trouw zijn aan een persoonlijke'waarheid' valt niet mee. Tegen de verdrukking in -want tegen de ideologie in die met het progageren van homogeniteit het kapitalisme ondersteunt, de economie draaiende houdt, markering en reclame ruim baan geeft, machtsrelaties bestendigt en beurzen spekt- en tegen de verleiding in -we willen allemaal geaccepteerd, geliefd en bewonderd worden (de beloning voor kritiekloos meedraaien in een normatieve maatschappij) doe stelselmatig pogingen doen de andere kant van de medaille te laten zien.

Conclusie
Ter voorbereiding van deze lezing kreeg ik een artikel van Martha Rosler onder ogen dat op de Post Joost Fotografie als discussiestuk heeft gediend. Rosler stelt dat, anders dan de sterk ideologisch gekleurde documentaire fotografie van de jaren 30/60 de documentaire fotografie van nu zich niet meer laat verleiden door de Grote Verhalen uit de tijd van het Modernisme. Fotografen en kunstenaars houden zich bezig met 'kleine', persoonlijke onderwerpen. Hun eerste doel lijkt niet meer de wereld te veranderen, maar deze te kennen. En dit alles met een minimum aan theorie. Het gevaar van een dergelijke a-politieke documentaire is, aldus Rosler, dat deze opgaat in wat de algemene beeldcultuur wordt genoemd, geannexeerd door kunstenaars maar vervolgens onschadelijk gemaakt door het systeem (institutie Kunst, vercommercialisering, kapitalisme). Naar mijn idee is dit tegenover elkaar stellen van grote verhalen enerzijds en kleine persoonlijke onderwerpen anderzijds inmiddels achterhaald. De wereld is wel degelijk te veranderen, juist door middel van een uiterst persoonlijke = politieke insteek. Beelden van de Atlas Group (beamer 6) e.a. kunnen als voorbeeld dienen. Het gaat hier om persoonlijke waarheden a la Badiou die zodanig zijn vormgegeven en in context gezet, dat de toeschouwer de beelden als het ware 'aanvult' met eigen ervaringen van vervreemd zijn in de wereld. Vanuit een op die manier aangewakkerd engagement bij de toeschouwer kunnen tal van documentaire werken worden voltooid tot meer dan de som der delen. 

Persoonlijk engagement heeft niets om het lijf wanneer dit niet uit het leven is gegrepen. En daar moet het ook weer naar terug: de toeschouwer moet op zijn/haar beurt 'persoonlijk' worden aangesproken. Een dergelijke vorm van 'persoonlijk' impliceert dus dat het niet 'persoonlijk' blijft. Een onderwerp moet juist over dat persoonlijke heen andere mensen kunnen raken. Binnen de interpersoonlijke sfeer ofwel intersubjectieve verhoudingen moeten de dingen betekenis krijgen. Eveneens belangrijk is dat persoonlijk en individueel niet met elkaar moeten worden verward. Persoonlijk engagement kan heel goed samengaan met een collectief engagement, en collectieve samenwerking, zolang de drijfveer maar hetzelfde is. Het blijven hameren op individualiteit, autonomie, onafhankelijkheid en originaliteit kan daarmee tot een ondergeschikt doel worden. Sterker nog: ik denk dat het krampachtig vasthouden aan oude, door het Modernisme en Verlichtingsdenken geïntroduceerde en nog altijd in stand gehouden waarden uiteindelijk eerder tégen dan vóór ons zullen werken als het gaat om het vinden van nieuwe vormen van engagement. Zolang het idee blijft heersen dat de kunstenaar als individu, als genie, autonoom en eigen, moet schitteren, heeft hij geen schijn van kans daadwerkelijk een bijdrage te leveren aan betekenisvorming. Dit wil niet zeggen dat er niet meer solistisch mag worden gewerkt. Het gaat mij om de agenda. En zolang de eer en glorie van kunstenaarschap bovenaan blijven staat, belangrijker dan welke vorm van verbinding met het leven dan ook, zie het er wat mij betreft niet rooskleurig uit. Mensen worden pas werkelijk personen in relatie tot andere mensen, en als deel van (niet altijd dezelfde) groepen, collectieven, culturen. Daarbij is het een geven en nemen. Alleen maar aan die cultuur betekenis ontrekken, uit eigen gewin, zal onherroepelijk leiden tot de ééndimensionaliteit en oppervlakkigheid waartegen we ons proberen te wapenen. In staat zijn om betekenis te geven, en deze met anderen te delen, kan mijns inziens bijdragen tot zowel persoonlijke als culturele groei. En wanneer is het dan Kunst? Voor mij dus duidelijk niet de eerste vraag. Maar ik kan hem herformuleren: wanneer heeft het de potentie kunst te worden? Als de persoonlijke waarheid die de drijfveer is van het maken van beelden, het doen van ingrepen etc, kan leiden tot een 'gebeurtenis' (een event a la Badiou) bij de toeschouwer/ participant. Als de toeschouwer in die zin het beeld/ kunstwerk ook kan/mag voltooien. Wat ook betekent dat het werk de ander de kans moet geven om betrokken te raken, om zich te verdiepen, om er moeite voor te doen. En natuurlijk komen hier de aloude kunstgrepen erbij kijken: esthetiek, verleiding, kracht, meerduidigheid.

Blood runs thicker then water, struggle runs thicker then blood!

Ine Gevers


Lezing St. Joost Academie, maart 2004



[top]