lne Gevers curator  \  writer  \  activist


· back DeCenter - Centrum voor Neuro-Diverse Culture

DeCenter, Centrum voor Neuro-Diverse Culturen, in 1999 opgericht, organiseert onderzoeken en activiteiten gericht op communicatie tussen mensen die in neurologische zin van elkaar verschillen. DeCenter's inzet is acceptatie van vormen van waarneming, betekenisgeving, gedrag en communicatie, die niet altijd stroken met de symbolisch bemiddelde orde. Gezien vanuit een posthumanistisch en cultuurkritisch perspectief opteert DeCenter dus voor minder dualistische opvattingen over wat normale en abnormale manieren van waarnemen en denken zijn (1).

Werd cultuur in strikte antropologische zin altijd gedefinieerd als een zich onderscheidende en van generatie op generatie doorgegeven manier van leven van een volk, gemeenschap, natie of sociale groep, nu wordt de term regelmatig gebruikt voor groepen die min of meer dezelfde ervaringen delen. Deze meer interdisciplinaire benadering van het begrip cultuur biedt aan tal van gemeenschappen en subculturen de gelegenheid zichzelf te representeren. Ook mensen wier taal of sociaal gedrag significant afwijkt van de norm, zoals mensen met een syndroom in het autistisch spectrum, mensen met een verstandelijke handicap of mensen die lijden aan schizofrenie, presenteren zich steeds vaker als specifieke cultuur. Onder de noemer 'transculturele communicatie'-niet te verwarren met 'multiculturalisme', dat slechts een naast elkaar bestaan van culturen tolereert- ondersteunt het DeCenter deze groepen in hun pogingen zichzelf op de kaart te zetten en te komen tot wederzijdse toenadering, voorbij culturele grenzen.

Het DeCenter, met andere woorden, wil enige turbulentie teweeg te brengen binnen de heersende symbolische orde en de macht van de taal. De symbolische orde, het model waarmee mensen de wereld interpreteren, is alom en dwingend aanwezig. Het is niet verwonderlijk dat slechts een enkeling zich ervan bewust is dat het louter een constructie betreft, een scherm dat als het ware over de werkelijkheid heen is gelegd. Intreden in de symbolische orde gaat immers samen met het gebod zich volledig te onderwerpen aan de regels van die orde, dat wil zeggen aan de regels van de taal als representatie van de werkelijkheid. Aangezien dit proces zich afspeelt in onze vroegste kindertijd en het verwerven van taal gekoppeld is aan het ontwikkelen van bewustzijn en subjectiviteit, is ontsnapping onmogelijk. Taal, ons venster op de wereld, is tevens onze gevangenis. "We are all caught in (..) ordinary language", aldus Ludwig Wittgenstein, "We do not command a clear view of the use of our words" (2).

Volgens de psychoanalyticus Jacques Lacan is de symbolische orde niet enkel een scherm dat de werkelijkheid vertaalt, maar tevens een scherm dat bescherming biedt. Bescherming tegen 'the gaze of the object', zoals hij dat noemt. Bescherming tegen de werkelijkheid, die we niet, of alleen in traumatische zin kunnen ervaren (3). Tijdens een psychose gaat het wegvallen van de 'normale' waarneming inderdaad samen met een niet langer in staat zijn de vele visuele, auditieve en ander sensorische prikkels te filteren of te ordenen. Het effect van een dergelijke desintegratie wordt door de aan schizofrenie lijdende auteur Antonin Artaud omschreven als een volledig verpletterd worden door objecten, gebeurtenissen, zelfs woorden (4).

Belangrijk uitgangspunt van het DeCenter is dat een normatieve orde die zichzelf boven andere interpretaties van de werkelijkheid stelt en taal hanteert als instrument van uitsluiting bij uitstek, op zijn minst dient te worden gerelativeerd. Niet in de laatste plaats omdat er ook mensen zijn die, door een mentale conditie afwijkend van het normale, niet of slechts ten dele in staat zijn om tot de heersende orde toe te treden.

Het verwerven en toepassen van taal belooft kennis, macht en communicatie aan eenieder, maar tegelijkertijd worden we dagelijks met de beperkingen van taal als symbolische representatie geconfronteerd, en met de onmogelijkheid tot communicatie. Taal, volgens de filosoof Michel Foucault de 'grootste organisatie van geboden en verboden', heeft zijn keerzijde(5). Vermoedelijk hierom is juist de orde van taal en schrift het model waartegen zoveel schrijvers, kunstenaars en filosofen rebelleren. Een dogmatische acceptatie van taal sluit immers tal van vluchtwegen en 'cross-overs' naar andere ervaringsgebieden voorgoed uit.

Activisme & Interventie
De context van DeCenter is in de eerste plaats cultureel en artistiek bepaald. Ondanks de beperkingen van de institutie Kunst, waarbinnen activisme per definitie weinig kans van slagen heeft, is kunst een belangrijk middel tot interventie. Met institutie Kunst wordt niet zozeer het museum of kunsthuis bedoeld, maar voor het door ieder die zich in het veld begeeft geïnternaliseerd schema, dat de waarneming en betekenisgeving bepaalt. Een disciplinerend systeem dus, vergelijkbaar met de symbolische orde. Geëngageerde kunst zal nooit het gewenste effect hebben wanneer de kaders waarbinnen het werk wordt geïnterpreteerd, reeds van te voren vastliggen. Nogmaals, niet voor niets zijn de instituties waartegen kunstenaars rebelleren vaak metaforen van taal en de normatieve cultuur.

Kunst kan gelukkig ook betekenis hebben buiten de door de institutie toegeschreven esthetische en economische waarde, op voorwaarde dat zij steeds weer nieuwe tactieken ontwikkelt om die (relatieve) vrijheid te behouden. Kunst staat dan voor de ruimte die nodig is om de werkelijkheid waar te kunnen nemen vanuit telkens andere, ongekende perspectieven. Kunst verschaft de mogelijkheid om telkens nieuwe posities in te nemen, andere verbindingen te maken en van daaruit de grenzen van onze 'natuurlijke' preoccupatie met eenduidige betekenissen op te rekken. In die zin is kunst eerder instrument dan doel op zichzelf en kan ze dan ook een belangrijke factor zijn in het van binnenuit ondermijnen van de symbolische orde als disciplinerend systeem.

In de praktijk balanceert DeCenter op het grensvlak tussen kunst en activisme. (En)countering the Culture of the Norm (Ontmoeting met de normatieve cultuur), het eerste publieke project van het DeCenter, betrof een seminar over autisme als cultuur, met bijdragen van sprekers met een stoornis in het autistische spectrum die nadrukkelijk waren uitgenodigd als deskundigen in plaats van passieve onderwerpen van gesprek (6). Het doel was een publiek samen te stellen, dat zich niet als homogeen en 'normaal'zou kunnen beschouwen ten overstaan van de sprekers die kleur bekenden. Heterogeniteit bleef dan ook niet beperkt tot verschillen in levenservaring, discipline of culturele achtergrond in enge zin. Mensen met een beduidend andere organisatie van het brein, met autsime of schizofrenie, waren zowel toehoorder als participant in de discussie. Niet langer vormden de 'neurologisch typischen', zoals autistische activisten 'de normalen'aandu8iden, de meerderheid, maar juist de 'neurologisch anderen'.

(En)countering the Culture of the Norm ging over overlevingsstrategieën en subversieve tactieken die overeenkomst vertonen met de 'tactieken van de Ander'   waarover de Franse denker Michel de Certeau bericht. In Practices of Everyday Life celebreert De Certeau 'de Ander' door in te gaan op de vele, afwijkende praktijken die hem doen overleven (7). Tegengesteld aan de strategieën van hen die de macht in handen hebben en die hun eigen plaats veilig stellen door van daaruit de wereld om zich heen te 'managen' en te domineren, zijn de 'benadeelden' veroordeeld tot het bedenken van tactieken in een ruimte die niet de hunnen is. De tactiek van de Ander is per definitie subversief: onzichtbaar de aanval kiezen of anderszins tegen de regels van de dominante ode in gaan, om toch te komen tot een eigen productie van taal, van betekenis, van kunst. De Certeau gebruikt hiervoor de benaming 'la perruque', dat in dit verband dus iets betekent als 'je eigen dingen doen in de tijd van je baas'.

'Neurologisch typischen' zijn nauwelijks bekend met de overlevingstactieken waarmee deze 'anderen'zich staande houden in een orde die niet van hen is. En als dat wel het geval is worden die maar al te vaak, het medische paradigma volgend, afgedaan als ziek, afwijkend en abject. Tijdens (En)Countering the Culture of the Norm waren de rollen omgekeerd en zetten autistische activisten als Martijn Dekker en Gunilla Gerland de toon (8). Martijn Dekker beproefde met zijn ogenschijnlijk onschuldige uitlating 'ik heb geen natuurlijke neiging tot interpretatie', de drang tot betekenisgeven en verklaren die heerst binnen de normatieve orde. Hij vertelde een verhaal dat de autoriteit van het medische perspectief ondervroeg en dat on-line kon worden gevolgd en aangevuld door een grote groep mensen met autisme, die middels een chatbox met het publiek in de zaal was verbonden.

come.to/nonsymbolic
DeCenter moet op diverse niveau's functioneren, ook binnen de werkelijkheid van de elektronische netwerken. Cyberspace biedt veel mensen met autisme een duidelijke, controleerbare en daarom veilige context, onvergelijkbaar met andere plaatsen in de materiële werkelijkheid. Als voortvloeisel van (En)Countering the Culture of the Norm zal DeCenter onderzoek initiëren naar een ontwerp voor een Internet-interface voor mensen met autisme. Martijn Dekker, ook beheerder van diverse websites en een e-mail contactgroep over autisme, start een workshop waarbij wordt gezocht naar samenwerking met andere deskundigen, onder andere met studenten aan de Hoge School voor de Kunsten in Utrecht. Door een aangepaste interactieve architectuur zullen naar zijn mening nog meer neurologisch anderen zich tot Internet wenden. Nu al, zo stelt hij, is een Internetaansluiting voor mensen met autisme hét hulpmiddel om deel uit te kunnen maken van zowel de dominante als de eigen betekenisproducerende orde.

DeCenters eigen website NonSymbolic Cultures
www.inegevers.net/nonsymbolic › vooral een theoretisch accent en is opgezet om het vertoog over diversiteit en anderszijn met de introductie van neurologische verscheidenheid te verbreden. De discussie is internationaal en steunt op parallelle bewegingen binnen bijvoorbeeld 'disability studies' en het denken over de (gehandicapte) 'ander' als sociaal construct. Het publiek van de site bestaat zeker niet uit   ervaringsdeskundigen alleen, hoewel mensen met autisme of schizofrenie zeker tot de eerste lezers behoren. NonSymbolic Cultures is een van de eerste, virtuele plaatsen waar het dualistische onderscheid tussen normaal en abnormaal is opgeheven en waar, voorbij aan elke vorm van disciplinering zoals Foucault die typeert, oprechte pogingen tot communicatie worden gedaan tussen mensen die in neurologische zin van elkaar verschillen. Communicatie op basis van gelijkheid en acceptatie.Voor Jane Meyerding, autistisch en internetgebruikster, betekende on-line gaan dat ze eindelijk kon genieten van gezelschap. De een-op-een manier van communiceren, volledig te controleren in de zin van wanneer en hoe lang, terwijl het haar -anders dan in de werkelijke wereld - tevens werd toegestaan de tijd te nemen om haar antwoorden te formuleren, zijn voor haar en andere AC's (autistics and cousins) slechts een van vele pluspunten. "In real-world encounters with groups -even very small groups- of people, I am freighted with disadvantages. I am distracted by my struggle to identify who is who (not being able to recognize faces), worn out by the effort to understand what is being said (because if there is more than one conversation going on in the room, or more than one voice speaking at he time, all the words become meaningless noise to me), and stressed by a great desire to escape from a confusing flood of sensation coming at me much too fast. What's more, I must assume that most or all of the people around me are NT (neurologically typical), and I therefore feel compelled to hide or disguise ways in which I am different from those norms" (9).  

Een andere weg waarlangs mensen met verschillend functionerende hersenen elkaar kunnen vinden is het creatieve proces, het opgaan in de dingen, woorden of gebeurtenissen. Een vorm van communicatie die de psycholoog en ervaringsdeskundige Hans van Dalen 'rapport' noemt: je inleven, jezelf verliezen, of één worden met 'de Ander'.Terugkeren naar het nulpunt - naar waar 'ik' eindigt en 'de Ander' begint - , waar volgens de Engelse socioloog Scott Lash de ruimte voor de ander als Ander kan ontstaan (10). Eenmaal deze reserves aanborend zouden neurologisch typischen wel eens over meer instrumenten kunnen beschikken om op niet-verbaal en minder eenduidig symbolisch niveau te communiceren dan aanvankelijk gedacht. Zo kunnen rollen omkeren, subjectposities verschuiven en kan begrip ontstaan, zoniet fascinatie, voor de vele manieren waarop de werkelijkheid kan worden beleefd en gedacht.

Kunst kan een primaire rol vervullen bij de zoektocht naar het niemandsland dat zich bevindt tussen symbolische en materiële uitersten. Kunst is weliswaar niet in staat zichzelf buiten de symbolische orde te plaatsen, maar kunstwerken kunnen ervaringen oproepen die verre van representeerbaar zijn: een kwaliteit die van essentieel belang is bij het onderzoek naar vormen van communicatie die niet beperkt blijven tot taal of andere vormen van symbolische representatie. Kunstenaars kunnen in die zin een belangrijke rol spelen in het begeleiden van de communicatie tussen neurologisch typische en neurologisch andere mensen, bijvoorbeeld door gaten te slaan in de al te eenduidige interpretatiegerichtheid van de normatieve cultuur en inzicht te verschaffen in het (ervaren van) andere kwaliteiten en betekenissen.

Ine Gevers

1
De kerngroep van DeCenter bestaat inmiddels uit 7 mensen -filosofen, kunstenaars, psychologen, activisten- onder wie twee met Hoof Functionerend Autisme en een derde met een psychiatrische achtergrond. Al twaalf jaar verken ik door middel van diverse projecten de grenzen van representatie, maar natuurlijk is er verband tussen mijn persoonlijke ervaringen met een autistische zoon en de oprichting van het Decenter. Of het nu het realiseren van projecten en interventies betrof (waaronder de tentoonstelling IK + DE ANDER in 1994 in de Beurs van Berlage te Amsterdam), of meer theoretische reflecties (o.a. in de vorm van het boek en gelijknamige congres Voorbij Ethiek en Esthetiek, SUN 1997, samengesteld met jeanne van Heeswijk), onderwerpen als de grenzen van de taal of instituties, gekoppeld aan noties als identiteit en diversiteit, stonden steeds op mijn agenda.
2
Ludwig Wittgenstein, Philosophical Investigations, Blackwell, Oxford, 1976, paragraaf 122, 49. Ook Norman Malcolm, Ludwig Wittgenstein, a Memoir, London 1959
3
Jacques Lacan, Of the Gaze as Object Petit a, The Four Fundamental Concepts of Psychoanalysis, New York, 1978. Met name binnen de semiotiek gaan stemmen op om de symbolische orde veel ruimer te interpreteren dan Lacan voorstelt. Subjectvorming zou niet alleen via taalverwerving ontstaan, maar zou tevens worden bepaald door lichamelijke en performatieve interacties met de buitenwereld. Het beeld van de symbolische orde wordt hierdoor minder rigide en er ontstaat ruimte om te kunnen denken in termen van symbolische ordes in plaats van slechts een eenduidig, door de dominante orde gedeeld, machtsblok.
4
Antonin Artaud, Van Gogh, the man suicided by Society, in Artaud Anthology, San Francisco, 1968
5
Michel Foucault, 'Madness, the Absence of Work' in Critical Inquiry, nmr. 21, 1995, p.293
6
(En)Countering the Culture of the Norm vond onder auspiciën van Stichting De Geuzen plaats in Amsterdam op 11 december 1999 en was inhoudelijk gekoppeld aan twee andere evenementen: The mediated image: Subtle acts of resistance through the practice of everyday life en Temporary sanity: an alternative plea when considering madness and motive.
7
Michel de Certeau, The Practice of Everyday Life, University of California Press, London, 1984. De Certeau maakt zelfs een expliciete verwijzing naar 'indeterminate trajectories' ofwel eigenzinnige sporen die autistische kinderen maken doordat zij het vocabulaire van een bestaande taal geheel naar eigen inzicht als materiaal hergebruiken. Hij beroept zich op een studie van de Franse pedagoog Fernand Deligny.
8
Gerland oogstte bewondering door de wijze waarop ze met haar grote verbale begaafdheid en kritische inzicht keer op keer starre stereotypen doorkruiste, onderwijl een leven beschrijvend dat in geen enkel opzicht vanzelf sprak.
9
Jane Meyerding, Thoughts on Finding Myself Differently Brained ‹ www.students.uiuc.edu/~bordner/ani/jane.html
10
Scott Lash, Difference or Sociality?, in Towards a Theory of the Image, Maastricht 1996 (lezing aan de Jan van Eyck Academy, 1995)

Gepubliceerd in Trigger, ed. Jorinde Seydel, Susannen van de ven, suB-K/Begane Grond, Utrecht.



[top]